Nieuws


Minister van Financiën roept op tot verder centraal stellen klantbelang bij consumptief krediet

Gepubliceerd op 13 september 2018

Op 11 september 2018 stuurde de Minister van Financiën Wopke Hoekstra een brief naar de Tweede Kamer waarin hij de Tweede Kamer informeerde over de uitkomsten van een onderzoek naar de consumptiefkredietmarkt dat is uitgevoerd door de AFM, het Ministerie van Financiën en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van het Actieplan Brede Schuldenaanpak van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

In zijn brief noemt minister Hoekstra de volgende beleidsdoelstellingen voor de consumptiefkredietmarkt:

  1. In de leenomgeving worden consumenten door aanbieders niet gestuurd in de richting van een hoger leenbedrag en/of een langere looptijd.
  2. Lenen voor consumptieve uitgaven is niet iets vanzelfsprekends; aanbieders zetten niet het beeld neer dat dit wel zo is.
  3. De leenomgeving wordt door aanbieders zo ingericht dat consumenten zich realiseren dat ze een krediet afsluiten met terugbetalingsverplichting en (rente)kosten.

Aan deze beleidsdoelstellingen koppelt de minister verschillende vervolgacties. Een daarvan is dat de minister een alternatief wil zoeken voor de huidige waarschuwing “Let op, geld lenen kost geld”. Hij roept ook betrokken partijen op om de op handen zijnde herziening van verschillende gedragscodes aan te grijpen om het klantbelang meer centraal te stellen. De minister noemt specifiek zijn zorgen over het hoge aantal betaalachterstanden bij verzendhuiskredieten (34%) en hij verwacht dat aanbieders van verzendhuiskredieten aanvullende stappen zullen zetten om dit percentage omlaag te brengen.

Concrete actiepunten voor kredietaanbieders naar aanleiding van de brief van de minister zijn onder meer:

  • Nagaan of de wijze van presentatie van het krediet niet in strijd is met de bovengenoemde beleidsdoelstellingen. In de brief wordt gerefereerd aan praktijken die volgens de AFM en de minister onwenselijk dan wel ontoelaatbaar zijn. Een voorbeeld is het framen van een krediet als een vanzelfsprekende betaalmethode, zonder duidelijk genoeg te zijn over de gevolgen van het betalen door middel van een krediet.
  • Waar mogelijk aanscherpen van de kredietwaardigheidstoets, bijvoorbeeld door de consument ook te vragen naar kleinere uitstaande leningen.
  • Bezien of intern beleid en de praktijk ten aanzien van het omgaan met betalingsachterstanden kan worden aangescherpt.
  • Bij doorlopend krediet: uitvoeren van scenario-analyses om na te gaan of en zo ja wanneer een locked-up situatie zou kunnen ontstaan, met het doel deze situaties te kunnen voorkomen.

De brief van de minister en het onderliggende AFM rapport “Ontwikkelingen en risico’s op de consumptiefkredietmarkt” vindt u hier.

Consultatie wetsvoorstel en ontwerpbesluit implementatie nieuwe prospectusverordening

Gepubliceerd op 05-09-2018

Op 20 juli 2017 is de nieuwe Europese prospectusverordening in werking getreden (link). Deze verordening zal de huidige Europese prospectusrichtlijn (Richtlijn 2003/71/EG) en prospectusverordening (809/2004/EG) gaan vervangen. Alle lidstaten van de Europese Unie dienen de nodige maatregelen te treffen om uiterlijk 21 juli 2019 aan de nieuwe prospectusverordening te voldoen. Deze prospectusverordening beoogt (in de context van de kapitaalmarktunie) de toegang van met name kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) tot de financiële markten te verbeteren.

Om per 21 juli 2019 in Nederland te kunnen voldoen aan de nieuwe prospectusverordening heeft het Ministerie van Financiën het wetsvoorstel “Wet implementatie prospectusverordening” en het ontwerpbesluit “Besluit implementatie prospectusverordening” gepubliceerd (link). In dit wetsvoorstel worden met name verschillende aanpassingen in Wet op het financieel toezicht (Wft) beoogd, onder meer in hoofdstuk 5.1 Wft dat betrekking heeft op de regels voor het aanbieden van effecten. In het ontwerpbesluit worden verschillende wijzigingen in lagere (financieel toezichtrechtelijke) regelgeving beoogd. Deze ontwerpregelingen dienen ter implementatie van bepaalde onderdelen van de nieuwe prospectusverordening, zodat de Nederlandse wet- en regelgeving hier straks goed op aansluit.

Dit wetsvoorstel en ontwerpbesluit liggen tot 28 september 2018 ter consultatie voor aan de markt.

Nieuw prudentieel raamwerk voor beleggingsondernemingen

Op Europees niveau is een nieuw kader voor kapitaaleisen voor beleggingsondernemingen in de maak: de Richtlijn en Verordening herzien prudentieel kader beleggingsondernemingen (zie [hier] [https://ec.europa.eu/info/publications/171220-investment-firms-review_nl] voor de voorstellen). Als gevolg hiervan zullen beleggingsondernemingen (die onder MiFID II vallen) niet langer onder de Richtlijn en Verordening Kapitaalvereisten (CRD IV en CRR) vallen, die immers primair zijn ontworpen voor banken. De voorstellen voor de Investment Firm Directive (IFD) en Investment Firm Regulation (IFR) worden momenteel besproken in het Europees Parlement en de Raad. Het is de bedoeling dat de Europese lidstaten de nieuwe regels tegen het einde van 2020 of begin 2021 in nationale wetgeving hebben omgezet.

Pien Kerckhaert en Bart Bierman hebben een uitgebreid en informatief artikel geschreven over de IFD en IFR in het tijdschrift Ondernemingsrecht. U kunt het artikel hier lezen.

Finnius verwelkomt Eleonore Sijmons

Het team van Finnius is per 1 september 2018 versterkt met de komst van Eleonore Sijmons.

Eleonore houdt zich sinds 2012 bezig met financieel recht. Zij adviseert nationale en internationale marktpartijen over uiteenlopende financieelrechtelijke onderwerpen, zoals CRD/CRR, markttoegang, governance, interne procedures en de Wwft. Hiervoor werkte zij als advocaat bij NautaDutilh en toezichthouder bij De Nederlandsche Bank. Bij DNB deed Eleonore ervaring op als toezichthouder in een Joint Supervisory Team (DNB/ECB) binnen de Europese Bankenunie.

Inwerkingtreding Vierde Anti-Witwasrichtlijn

Op 24 juli jl. zijn de wet (link) en het besluit (link) ter implementatie van de Vierde Anti-Witwasrichtlijn (nr. 2015/849) gepubliceerd in het Staatsblad. Het pakket aan maatregelen treedt in werking met ingang van 25 juli 2018. De Minister wijkt hier af van het beleid van vaste verandermomenten. Dit is in de ogen van de Minister gerechtvaardigd omdat het implementatie van Europese wetgeving betreft die voor 26 juni 2017 moest zijn omgezet in Nederlandse wetgeving.

 

Evaluatie Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen

Op 17 juli jl. heeft de Minister van Financiën een brief naar de Tweede en Eerste Kamer gestuurd over de uitkomsten van de evaluatie van de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen (zie brief). Tevens heeft de Minister een rapportage en het eindrapport naar beide Kamers gestuurd.

Het extern uitgevoerde onderzoek suggereert in algemene zin dat het bonusplafond van 20 procent bijdraagt aan minder risicovol gedrag. Tevens is niet evident gebleken dat er misbruik van de wettelijke mogelijkheden tot afwijking van het bonusplafond wordt gemaakt. De Minister is wel voornemens om met de sector het gesprek aan te gaan over het gebruik van de mogelijkheid om af te wijken van het bonusplafond voor personeel dat buiten de CAO valt.

De Minister zal de Kamer uiterlijk eind 2018 informeren over de uitkomsten van zijn gesprekken met de sector.

Maatschappelijke consultatie beloningsmaatregelen financiële sector

Op 17 juli jl. is het Ministerie van Financiën een maatschappelijke consultatie gestart naar wettelijke maatregelen met betrekking tot vaste beloningen.

Het kabinet kijkt naar mogelijke aanscherping van beloningsregels in de financiële sector en onderzoekt welke aanvullende maatregelen gewenst zijn. Daarbij worden drie wettelijke maatregelen met betrekking tot vaste beloningen overwogen:

(i) Introductie van de wettelijke verplichting tot terugvordering van een deel van de vaste beloning (boven een bepaald minimum) van bestuurders als er staatssteun aan een bank (of verzekeraar) wordt gegeven.

(ii) Introductie van de wettelijke verplichting dat bestanddelen van een vaste beloning waarvan de waarde afhankelijk is van de marktwaarde van de eigen onderneming, zoals aandelen, bij bestuurders en medewerkers gedurende een nog te specificeren aantal jaren moeten worden aangehouden.

(iii) Introductie van de wettelijke verplichting dat het beloningsbeleid van financiële ondernemingen voorschrijft op welke wijze de beloningen van bestuurders en medewerkers zich verhouden tot de maatschappelijke functie van de onderneming.

Het document ligt tot 31 augustus 2018 ter consultatie voor aan de markt.

 

Opvolging motie-Aukje de Vries over onafhankelijker inrichten bezwaarprocedure bij geschiktheidstoets AFM en DNB

Gepubliceerd op 18-06-2018

Vorig jaar september nam de Tweede Kamer de “motie-Aukje de Vries” aan over het onafhankelijker inrichten van de bezwaarprocedure bij de geschiktheidstoets van de AFM en DNB. Op 13 juni jl. heeft de Minister van Financiën de Tweede Kamer geïnformeerd over de opvolging door de AFM en DNB aan die motie (link).

De AFM en DNB introduceren verschillende externe elementen om de onafhankelijkheid bij de toetsingen te vergroten (link). Naast een onafhankelijke voorzitter van de hoorcommissie in de bezwaarfase, gaan zij onder meer externe deskundigen aanstellen en een vertrouwenspersoon benoemen. Daarmee wordt ook de onafhankelijkheid van de initiële besluitvorming vergroot.

De externe deskundigen zullen worden ingeschakeld bij de meest complexe toetsingen. In een dergelijk geval krijgt de deskundige het volledige dossier en maakt hij/zij deel uit van het team dat de toetsing uitvoert, inclusief een zwaarwegende rol bij de oordeelsvorming. De vertrouwenspersoon zal een bemiddelende rol hebben door hoor- en wederhoor toe te passen en (verdere) escalatie te voorkomen,  zal zelfstandig en vertrouwelijk werken, en zal nieuwe voorstellen kunnen doen om de samenwerking en het proces te verbeteren en de verhoudingen te herstellen.

AFM heeft ernstige twijfels of beheerders van beleggingsinstellingen in crypto’s kunnen voldoen aan vergunningeisen

Gepubliceerd op 18-06-2018

De AFM heeft op 13 juni jl. een brief gestuurd naar bestaande en nieuwe marktpartijen die op dit moment als uitgezonderde beheerder van een beleggingsinstelling in crypto’s actief zijn, of dit van plan zijn, over de eisen die zijn verbonden aan een AIFMD vergunning (zie link naar nieuwsbericht).

In deze brief uit de AFM haar twijfels of beheerders van beleggingsinstellingen in crypto’s kunnen voldoen aan de strikte AIFMD vergunningvereisten, onder meer vanwege de risico’s die zijn verbonden aan crypto’s en het beheer daarvan. De AFM constateert een forse toename in belangstelling bij nieuwe marktpartijen om een beleggingsinstelling in crypto’s te gaan beheren. Diverse partijen zijn momenteel actief als uitgezonderde beheerder van beleggingsinstellingen in crypto’s, daarbij gebruik makend van een uitzondering van de vergunningplicht en volledige toepassing van het AIFMD regime.

Een uitgezonderde beheerder moet een AIFMD vergunning aanvragen wanneer de relevante drempelwaarde van het beheerd vermogen overschreden wordt. Deze drempelwaarde voor een beheerder van een open-end beleggingsinstelling (wat een crypto fonds doorgaans is), is EUR 100 miljoen. Daarnaast moet een vergunning worden aangevraagd wanneer één van de andere vrijstellingsvoorwaarden overschreden wordt.

In de brief stipt de AFM kort een aantal belangrijke onderwerpen aan die een beheerder van een beleggingsinstelling die in crypto’s belegt in ieder geval naar genoegen van de AFM moet kunnen adresseren bij een eventuele vergunningaanvraag. Partijen dienen onder meer rekening te houden met de voorschriften omtrent het liquiditeitsbeheer, de waardering van de deelnemingsrechten in de beleggingsinstelling en de activa van de beleggingsinstelling, de aanstelling van een onafhankelijke bewaarder en het productontwikkelingsproces. De AFM merkt verder op – ter voorkoming van misverstand – dat de vereisten die voortvloeien uit de Wwft reeds onverkort van toepassing zijn op vrijgestelde beheerders.

Wij merken hierbij op dat dit slechts een klein deel betreft van de AIFMD vergunningvereisten waar een beheerder aan moet kunnen voldoen. Naast deze verplichtingen, gelden er bijvoorbeeld ook strenge eisen op het gebied van governance, substance, risicobeheer, compliance, uitbesteding, beheersing van belangenconflicten en beloningsregels.

Wijziging op komst Vierde Anti-Witwasrichtlijn – UPDATE

Gepubliceerd op 16-05-2018

Op maandag 14 mei jl. heeft de Europese Raad ingestemd met een wijziging van de vierde anti-witwas richtlijn (zie link naar persbericht en aangenomen tekst, ook wel aangeduid als de vijfde anti-witwas richtlijn (AMLD5)). AMLD5 is een verdere verscherping van de regels inzake de bestrijding van witwaspraktijken, belastingontduiking en terrorismefinanciering.

AMLD5 bevat onder meer:

  • Een pakket aan CDD-maatregelen met betrekking tot virtuele valuta, waaronder de verplichting tot cliëntidentificatie, voor aanbieders voor het wisselen van virtuele valuta (cryptocurrency exchange platforms) en aanbieders van elektronische bewaarportemonnees (custodian wallet providers). Deze platforms en aanbieders dienen zich ook te registeren. Deze registratieverplichting gaat ook gelden voor wisselkantoren, kantoren voor het omwisselen van cheques en aanbieders van trustdiensten of vennootschappelijke diensten (in Nederland geldt al een vergunningplicht voor trustkantoren).
  • Een verlaging van de (uitzonderings)drempel van EUR 250 naar EUR 150 voor CDD verplichtingen met betrekking tot prepaid elektronisch geld.
  • De mogelijkheid voor de Europese Commissie om gedelegeerde handelingen vast te stellen met als doel derde landen met een hoog risico te identificeren, waarbij ze onder AMLD5 met meer tekortkomingen rekening kan houden. Zo dient een derde land, bijvoorbeeld, over doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties te beschikken ter bestrijding van witwassen en t
  • Een uitbreiding van de reikwijdte, waardoor belastingadviseurs, vastgoedmakelaars en kunsthandelaren onder bepaalde omstandigheden binnen de reikwijdte zullen vallen.
  • Maatregelen om de beschikbare informatie omtrent financiële transacties, vennootschappen en andere juridische entiteiten, inclusief trusts en juridische constructies met een soortgelijke structuur of met soortgelijke functies als trusts te vergroten. Zo kunnen natuurlijke of rechtspersonen met een legitiem belang informatie opvragen over uiteindelijk begunstigde (UBO) van een trust of soortgelijke juridische constructie onder AMLD5.

De wijzigingen treden in op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Vervolgens moeten de wijzigingen achttien maanden na publicatie door de lidstaten zijn geïmplementeerd. De lidstaten moeten naar verwachting AMLD5 eind 2019 hebben ingevoerd.

Finnius wederom aanbevolen in de Legal 500

Na de aanbevelingen in Chambers Europe 2018, is Finnius wederom aanbevolen in de gezaghebbende Legal 500 Europe gids binnen de categorie Banking & Finance: Regulatory.

Legal 500 schrijft:
“‘Finnius’ ‘excellent’ practice often advises financial institutions on EU regulatory issues and enforcement matters. The highly recommended Bart Bierman successfully advised Mastercard on a license application with the DNB, and continues to be instructed on ongoing issues. Andries Doets assisted Tele2 with obtaining a license from the Netherlands Authority for the Financial Markets as a credit provider. Casper Riekerk, Rosemarijn Labeur and Andries Doets are also names to note.”

Klik hier voor de link.

Legal 500 beveelt Finnius tevens aan in de categorie Investment Funds en schrijft hierover:
“Financial regulatory boutique Finnius provides ‘to-the-point, comprehensible advice’, and is noted for its strength in ‘assessing the regulator’s approach and likely responses’. Group head Rosemarijn Labeur assisted SilverCross Investment Management with its AIFMD licence application. ‘Solid, knowledgeable’ senior associate Tim de Wit is ‘fun to work with’.”

Klik hier voor de link.

The Legal 500 Series is een onafhankelijke gids die elk jaar een gezaghebbende nieuwe lijst produceert van aanbevolen advocatenkantoren en advocaten per rechtsgebied. De lijst wordt jaarlijks opgesteld op basis van interviews met cliënten, bedrijfsjuristen en andere advocaten.

 

Finnius schrijft voor Global Legal Insights

Finnius heeft voor het boek ‘Global Legal Insights: Banking Regulation 2018’ het hoofdstuk over Nederlandse bankenregelgeving voor haar rekening genomen. In het boek wordt voor een selectie van landen de hoofdlijnen van de bankenregelgeving en de belangrijkste ontwikkelingen op dat gebied geschetst.

Lees het hoofdstuk over de Nederlandse bankenregelgeving hier. Via deze link kunt u ook gratis doorklikken naar de hoofdstukken die zien op andere jurisdicties.

InnovationHub: Publicaties van de AFM over SAV en robo-advice

AFM leidraad (semi)automatisch vermogensbeheer (SAV)
De AFM heeft op 15 maart een leidraad gepubliceerd over de invulling van de zorgplicht bij SAV. Het gaat bij SAV om vermogensbeheer dat geheel of gedeeltelijk is geautomatiseerd. De AFM stelt dat zij SAV verwelkomt, mits de zorgplichtbepalingen die voor hen gelden goed worden nageleefd. In de management samenvatting die de AFM vooraan het rapport heeft opgenomen, staan de 8 verwachtingen samengevat die de AFM van SAV aanbieders heeft. Kort gezegd komen die verwachtingen er deels op neer, dat nieuwe technologie niet alleen gericht moet zijn op de commerciële kant van de dienstverlening, maar ook moet worden aangewend om de zorgplicht jegens particuliere beleggers naar een hoger niveau te tillen. Dat geldt bijvoorbeeld op het gebied van klantinventarisatie.

De leidraad gaat specifiek over SAV, maar is volgens de AFM op veel onderdelen ook toepasbaar op andere financiële dienstverlening die (deels) geautomatiseerd wordt aangeboden, zoals (semi)automatisch beleggingsadvies. De leidraad is daarmee nuttig voor een brede groep aan beleggingsdienstverleners, maar ook voor bijvoorbeeld systeem-bouwers.

AFM visie op robo-advies
De AFM heeft op 15 maart tevens een rapport gepubliceerd met daarin haar visie op advisering die (deels) geautomatiseerd plaatsvindt. Het visie-document bevat aandachtspunten die de AFM de markt bij dit type dienstverlening wil meegeven. De AFM toont zich in beginsel een voorstander van roboadvies, voor bepaalde situaties en uiteraard alleen voor klanten bij wie deze vorm van advies past. Daarnaast benadrukt de AFM dat dat de lat voor de invulling van de zorgplicht bij roboadvies niet verschilt van fysiek advies.

Wetsvoorstel Wtt 2018

Op 16 maart jl. is het wetsvoorstel Wtt 2018 aan de Tweede Kamer aangeboden (zie Nader Rapport Wtt 2018). Belangrijke wijzigingen ten opzichte van de geldende Wtt zijn:

    • Het vereiste van een tweehoofdige leiding (wetsvoorstel artikel 11);
    • De rechtsvorm van een trustkantoor is beperkt tot een NV, BV of Europese NV (wetsvoorstel artikel 13);
    • Een verbod op uitbesteding van de voorgeschreven compliance functie (wetsvoorstel artikel 16, tweede lid);
    • Een verbod voor trustkantoren om aan cliënten zowel trustdiensten als belastingadvies te verlenen (wetsvoorstel artikel 17);
    • CDD voorschriften zijn per trustdienst bepaald. Er is voor gekozen om voor elk aspect van het cliëntenonderzoek  een  wettelijk bepaald resultaat voor te schrijven. Slechts voor de onderdelen van het cliëntenonderzoek die naar hun aard niet kunnen leiden tot vaststelling met zekerheid, wordt een inspanningsverplichting  voorgeschreven. De CDD eisen voor trustkantoren gaan daarmee omhoog.
    • Aanvullende bevoegdheden voor DNB (nieuwe maxima m.b.t. boetes, introductie van een ‘berufsverbot’, uitbreiding openbare waarschuwingen, publiceren van bestuurlijke sancties)
    • Verplichting voor trustkantoren om informatie uit te wisselen over integriteitsrisico’s m.b.t. een overstappende cliënt/doelvennootschap (wetsvoorstel artikel 68);
    • De UBO-definitie wordt gekoppeld aan het UBO-begrip in de Wwft.

 

Finnius wederom aanbevolen in Chambers Europe 2018

De toonaangevende internationale advocatengids Chambers heeft Finnius opnieuw aanbevolen in haar 2018 Europe editie binnen de categorie Banking & Finance: Regulatory.

Chambers heeft in het bijzonder onze ‘value of money’ gehighlight: “Several clients are also quick to praise the firm’s value for money. One commentator notes: “They also have friendly billing rates, especially in comparison with the ‘big firms,’ and the quality is at least equal.””

Chambers schrijft: “One client says: “Finnius is a specialised firm with deep industry and legal knowledge as well as a good network of contacts.” The same source is also impressed by the firm’s progression, reporting that “the firm has expanded throughout the years, providing good continuity in offering services” and adding that “all the lawyers live up to a high quality standard.” Sources also praise the team’s adaptability and client focus: “They have the ability to customise their services to the need of the client. They are flexible and are able to meet the client’s agenda and expectations.””

Klik hier voor de link.

Andries Doets wordt individueel genoemd als aanbevolen advocaat binnen deze categorie. Chambers schrijft: “According to clients, he is “engaged, to the point and client-driven.””

Klik hier voor de link naar zijn Chambers profiel en commentaar.

Ook Rosemarijn Labeur wordt individueel genoemd als aanbevolen advocaat binnen de categorie Investment Funds.

Chambers schrijft: “Rosemarijn Labeur of Finnius focuses on the regulation of investment funds, with particular expertise in licence applications. Clients appreciate that “she tries to understand the customer,” and as a result “she is able to better adapt the issues we have on the table.””

Klik hier voor de link naar haar Chambers profiel en commentaar.

Chambers & Partners doet sinds 1990 wereldwijd onderzoek naar de kwaliteit van zowel advocatenkantoren als individuele advocaten op basis van interviews met cliënten, bedrijfsjuristen en andere advocaten. Ieder jaar publiceert Chambers & Partners een gezaghebbende nieuwe lijst van aanbevolen advocaten per rechtsgebied.

Finnius update: Consumptief krediet

In deze korte update geven wij een overzicht van de AFM toezicht agenda 2018 en het AFM rapport ‘Leengedrag onder de loep’. Deze update is relevant voor financiëledienstverleners met betrekking tot consumptief krediet.

AFM toezichtprioriteiten 2018

DNB en de AFM publiceren jaarlijks hun toezichtprioriteiten. De AFM heeft op 24 januari 2018 haar prioriteiten (link) voor het komende jaar gepubliceerd. De toezichtprioriteiten van DNB hebben wij reeds besproken in de Finnius Vooruitblik 2018 (link). Hierna hebben wij een aantal concrete toezichtplannen van de AFM voor 2018 en wat die voor financiële ondernemingen betekenen uiteengezet.

  • Onderzoek naar transparantie en berekeningswijze van kosten bij beleggingsproducten: De AFM gaat in Q2 2018 onderzoek doen naar de transparantie en berekeningswijze van kosten, rendement en risico van deze producten en diensten bij aanbieders daarvan (zoals beheerders van beleggingsinstellingen of beleggingsondernemingen).
  • Naleving MiFID II-normen voor productontwikkeling door beleggingsondernemingen: De AFM gaat in Q3 2018 onderzoek doen bij beleggingsondernemingen met betrekking tot de naleving van de MiFID II-normen voor productontwikkeling om de kwaliteit van beleggingsproducten te verbeteren. Waar nodig zal de AFM beleggingsondernemingen aansporen in overeenstemming met de norm te gaan handelen. Het is nog niet duidelijk welke partijen dit zijn.
  • Onderzoek beleggingsbeleid vermogensbeheerders: de AFM gaat in Q3 2018 onderzoek doen naar het beleggingsbeleid van vermogensbeheerders. De focus ligt op de vraag of het beleggingsbeleid aansluit bij wat een retailbelegger hiervan mag verwachten zodat zij niet worden geconfronteerd met onwenselijke risico’s. Het is nog niet duidelijk welke partijen dit zijn.
  • Onderzoek naar AIFMD beheerders die van rechtswege een vergunning hebben verkregen: De AFM zal in Q2 2018 een vervolgonderzoek doen naar AIFMD beheerders die van rechtswege een vergunning hebben verkregen in 2014 als gevolg van implementatie van de AIFMD. Het onderzoek is bedoeld om vast te stellen in hoeverre deze partijen voldoen aan de regels die volgen uit de AIFMD.
  • Onderzoek invulling zorgplicht door bewaarders: In Q2 2018 zal de AFM onderzoeken in hoeverre AIFMD bewaarders hun zorgplicht adequaat invullen. Aan de hand van het onderzoek wil de AFM een dialoog aangaan om te kijken welke aanvullende maatregelen eventueel nodig zijn.
  • Vervolgonderzoek Wwft-naleving door beleggingsondernemingen: De AFM zal in Q2 en Q3 2018 vervolg geven aan het thema onderzoek uit 2014/2015 naar de Wwft-naleving door beleggingsondernemingen. Dit geeft de AFM inzicht in de voortgang die beleggingsondernemingen hebben gemaakt.
  • Aanpakken locked-up situaties in krediet: De AFM gaat de bedrijfsvoering en het beleid van kredietaanbieders en kredietbemiddelaars toetsen. De AFM wil dat aanbieders van consumptief krediet hun bedrijfsvoering aanpassen om zogenoemde ‘locked-up situaties’ te voorkomen of op te lossen. Consumenten zijn ‘locked-up’ als zij niet kunnen overstappen naar een andere aanbieder, bijvoorbeeld omdat zij naar de huidige maatstaven overgekrediteerd zijn. In Q2 2018 zal de AFM data uitvragen, gesprekken voeren en onderzoek doen. Waar nodig zal de AFM aanpassingen van het beleid afdwingen.
  • Inzicht in risico’s aflossingsvrije hypotheken: De AFM gaat hypotheekaanbieders aansporen dat zij inzicht krijgen in de grootte van de groep huiseigenaren die met een aflossingsvrije hypotheek aan het einde van de looptijd de lasten van hun hypotheek niet of nauwelijks meer kunnen dragen. Dit vormt een risicogroep. In Q1 2018 zal de AFM data uitvragen, gesprekken voeren en onderzoek doen. De AFM verwacht dat banken met een oplossing komen voor de huiseigenaren in deze risicogroep.
  • Crowdfunding: De AFM zal in 2018 extra aandacht besteden aan informatietransparantie door crowdfundingplatformen. De AFM wil daarvoor een uniform kader ontwikkelen, dat naar verwachting in Q4 2018 van toepassing wordt. Verder volgt de AFM de ontwikkelingen over secundaire verhandelbaarheid van crowdfundingleningen en -beleggingen op de voet. Wij raden aan de AFM website goed in de gaten te houden.
  • Naleving regels financieel verslaggeving: De AFM zal in 2018 risico gebaseerd beoordelen of de financiële verslaggeving van beursgenoteerde ondernemingen voldoen aan de verslaggevingsregels. Als de AFM materiële afwijkingen constateert, zal handhavend worden opgetreden. Wij raden beursgenoteerde ondernemingen aan de financiële verslaggevingsregels nauwkeurig na te leven.

 

NVB Gedragscode Kleinzakelijke Financiering

Banken hebben de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering opgesteld voor financiering aan de kleinere MKB’ers (ondernemers met een jaaromzet tot EUR 5 miljoen). De code bevat gedragsregels voor banken die deze kleinzakelijke klanten financieren. Alle leden van de NVB zullen zich aan de code houden. In de code staan minimumnormen die zien op de oriëntatiefase, de aanvraagfase en de beheerfase van het financieringsproces. Daarnaast wordt in de code aandacht besteed aan doorverwijzing van klanten naar andere financiers, bijzonder beheer en het proces rondom klachten en geschillen. Aanleiding voor de gedragscode was de consultatie in 2016 naar de effectiviteit en gewenste mate van bescherming voor zzp’ers en mkb’ers bij financiële diensten en producten. De code zal op 1 juli 2018 in werking treden en is van toepassing op financieringen (o.a. geldleningen en kredietfaciliteiten) die vanaf dat moment worden aangevraagd.

Finnius Vooruitblik 2018

In de Finnius Vooruitblik 2018 zijn de belangrijkste ontwikkelingen met betrekking tot het financieel toezichtrecht die in 2018 relevant zullen zijn voor de markt op een rij gezet. Daarbij wordt er ingegaan op nieuwe regelgeving, maar ook op de speerpunten van de toezichthouders. Lees de Vooruitblik hier. Er is ook een Engelse versie beschikbaar, deze leest u hier.

Implementatie PSD2 uitgesteld

Op 22 september 2017 heeft de minister van Financiën aangekondigd dat de implementatie van PSD2 in het Nederlandse recht voor 13 januari 2018 niet langer realistisch is (zie de kamerbrief). De minister zal de markt snel laten weten dat implementatie in het voorjaar van 2018 realistisch wordt geacht.

Dit geeft in beginsel ademruimte voor marktpartijen die nog bezig zijn met de implementatie van PSD2. De vraag is nog wel in hoeverre een Europese richtlijn geacht wordt van toepassing te zijn na de vereiste implementatiedatum, terwijl de feitelijke implementatie in een lidstaat nog niet voltooid is. Wij raden marktpartijen aan de precieze tijdslijnen voor inwerkingtreding van PSD2 goed in de gaten te houden.

Wijziging EuVECA en EuSEF

Op 14 september jl. heeft het Europees Parlement ingestemd met voorstellen tot wijziging van (link naar nieuwsbericht):

  1. De Europese Venture Capital Funds Verordening (EU) No 345/2013 (EuVECA)
  2. De Europese Social Entrepreneurship Funds Verordening (EU) No 346/2013 (EuSEF)

 

De EuVECA en EuSEF verordeningen voorzien in een speciaal raamwerk voor kleine beheerder die onder het AIFMD registratieregime vallen (en dus geen volledige AIFMD vergunning hebben) om, naast die registratie, voor door hen beheerde fondsen een ‘EuVECA’ of ‘EuSEF’ label aan te vragen. Dat label werkt vervolgens als een Europees paspoort voor het betreffende fonds; met het verkregen label kunnen de deelnemingsrechten in het betreffende EuVECA of EuSEF fonds in de andere lidstaten worden aangeboden zonder dat de lidstaten daaraan extra voorwaarden kunnen stellen.

Aan het verkrijgen van een label zijn bepaalde voorwaarden verbonden. De meest belangrijke is dat de fondsen hoofdzakelijk (voor minimaal 70% van het beheerd vermogen) moeten investeren in venture capital ondernemingen respectievelijk social entrepreneurship ondernemingen. Daarnaast moet de organisatie van de beheerder aan bepaalde – door de AFM te toetsen – vereisten voldoen en moeten informatieverplichtingen in acht genomen worden.

De voorstellen tot wijziging van de EuVECA en EuSEF verordeningen maken onderdeel uit van het Capital Markets Union Action Plan. Het doel van het Action Plan is om de toegang tot kapitaal te verbeteren voor ondernemingen. De genoemde voorstellen moeten het raamwerk van de EuVECA en EuSEF verordeningen zodanig aanpassen, dat deze investeringen in MBK-ondernemingen door EuVECA en EuSEF fondsen zo goed mogelijk faciliteren. De wijzigingen hebben onder meer betrekking op:

  • Uitbreiding van het type beheerders dat EuVECA en EuSEF fondsen mag verhandelen naar AIFMD vergunninghouders.
  • Uitbreiding van het soort ondernemingen waarin EuVECA fondsen kunnen investeren tot niet-genoteerde ondernemingen met maximaal 499 werknemers en de mogelijkheid om vervolginvesteringen te doen.
  • Verbreding van de definitie van ondernemingen waarin EuSEF fondsen kunnen beleggen tot ondernemingen die diensten of goederen verlenen met een positieve sociale impact.
  • Vaststellen van een verplicht startkapitaal (van EUR 50.000) en een minimum eigen vermogen (minimaal 1/8ste van de vaste kosten van de beheerder en bij een vermogen van meer dan EUR 250 mio, 0,02% van het meerdere boven dat bedrag aan additioneel eigen vermogen).
  • Vereenvoudigen van het aanvraagproces voor een label en beperking van kosten; de AFM moet in beginsel binnen twee maanden oordelen over aanvraag van een label en mag daarvoor geen kosten in rekening brengen.
  • Verplichte melding van materiële wijzigingen in de voorwaarden voor initiële registratie voordat die wijzigingen worden doorgevoerd.

De voorstellen moeten nu worden goedgekeurd door de Raad. De wijzigingen treden vervolgens in werking twintig dagen nadat ze in het Official Journal van de EU zijn gepubliceerd. Vervolgens zijn de wijzigingen drie maanden na publicatie van kracht in alle lidstaten.

Wetsvoorstel implementatie richtlijn verzekeringsdistributie naar de Tweede Kamer

Op 6 september 2017 stuurde de minister van Financiën het wetsvoorstel implementatie richtlijn verzekeringsdistributie naar de Tweede Kamer (link). Dit wetsvoorstel implementeert de richtlijn verzekeringsdistributie (nr. 2016/97, ook wel Insurance Distribution Directive, IDD) in de Wet op het financieel toezicht (link). De IDD is onder meer van toepassing op adviseurs en bemiddelaars in verzekeringen, gevolmachtigd agenten, en verzekeraars die direct verzekeringen aanbieden (“direct writers”). De IDD moet op 23 februari 2018 in nationale wetgeving zijn geïmplementeerd. Het wetsvoorstel bevat onder meer het volgende:

  • Er geldt een vrijstelling op de vergunningplicht voor tussenpersonen die het verzekeringsdistributiebedrijf als nevenactiviteit uitoefenen. Deze vrijstelling is vergelijkbaar met de huidige vrijstelling van art. 1:21 Wft (welk artikel als gevolg van dit wetsvoorstel ingrijpend zal wijzigen), maar zal wat flexibeler zijn, onder meer omdat de nieuwe vrijstelling geen beperking kent in de duur van de verzekeringsovereenkomst (zoals in art. 1:21 Wft wel het geval is, te weten een maximum duur van 5 jaar). De aldus vrijgestelde tussenpersonen (de IDD duidt deze aan als ‘nevenverzekeringstussenpersonen’) moeten nog wel aan bepaalde eisen voldoen, bijvoorbeeld op het gebied van informatieverstrekking.
  • Voorafgaand aan de totstandkoming van een verzekeringsovereenkomst moet een financiële dienstverlener op basis van de door de cliënt verstrekte informatie de wensen en behoeften van de cliënt vaststellen en aan de cliënt uitsluitend informatie verstrekken over verzekeringen die aansluiten bij die wensen en behoeften. Deze verplichting geldt zowel bij advies als bij execution only.
  • Financiële dienstverleners die een cliënt adviseren over een verzekering met een beleggingscomponent dienen een geschiktheidsverklaring waarin het advies wordt gespecificeerd aan de cliënt te verstrekken voorafgaand aan het sluiten van de verzekeringsovereenkomst.
  • Het wetsvoorstel bevat ook regels voor koppelverkoop. Als een verzekering een aanvulling is op het leveren van een roerende zaak of de verlening van een dienst, moet de verzekeraar of bemiddelaar de cliënt de mogelijkheid bieden om de zaak of dienst ook zonder verzekering aan te schaffen.
  • Aanvullende regels met betrekking tot verzekeringen met een beleggingscomponent (o.a. het voeren van een adequaat beleid ter zake van het voorkomen en beheersen van belangenconflicten).

 

Daarnaast zal een aantal onderwerpen van de richtlijn worden uitgewerkt in het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft, zoals de regels met betrekking tot precontractuele informatieverstrekking, en productontwikkelingsproces. Het besluit implementatie richtlijn verzekeringsdistributie, waarin dit zal worden uitgewerkt, is nog niet beschikbaar.

Verhoging vrijstellingsgrens prospectusplicht Wft

Op 6 september jl. is de definitieve Regeling tot wijziging van de Vrijstellingsregeling Wft in verband met de verhoging van de vrijstellingsgrens voor de prospectusplicht en de invoering van een meldplicht en informatieverplichtingen, gepubliceerd. De regeling wijzigt de vrijstellingsgrens van de prospectusplicht in de Vrijstellingsregeling Wft van EUR 2,5 miljoen naar EUR 5 miljoen. Volgens de toelichting bij deze regeling moet deze verhoging bijdragen aan het zo efficiënt mogelijk maken van de toegang van mkb-ondernemingen tot de kapitaalmarkten.

Indien een aanbieder van effecten gebruik wil maken van de EUR 5 miljoen vrijstelling dan dient hij daar van tevoren melding van te doen bij de AFM. Deze melding moet zijn voorzien van informatie, zoals onder meer de maximale omvang van de aanbieding in euro’s, de aanbiedingsperiode, de categorie van de aangeboden effecten en de besteding van door beleggers ingelegde gelden (waaronder wat de (investerings-)strategie is en op welke wijze rendement wordt gegenereerd).

Tevens stelt de regeling minimuminformatievereisten voor partijen die gebruik willen maken van de vrijstelling, in de vorm van een gestandaardiseerd informatiedocument. Bijlage A bij de regeling bevat dit gestandaardiseerde informatiedocument voor aanbiedingen van effecten. Deze bijlage is gebaseerd op de eisen die de Wet oneerlijke handelspraktijken aan informatievereisten stelt.

De regeling treedt met ingang van 1 oktober 2017 in werking.

Wetsvoorstel transparant toezicht financiële markten naar de Tweede Kamer

Op 4 september 2017 stuurde de minister van Financiën het wetsvoorstel transparant toezicht financiële markten naar de Tweede Kamer (link). Met het wetsvoorstel krijgen de toezichthouders de AFM en DNB ruimere bevoegdheden om overtredingen door financiële ondernemingen openbaar te maken. Zo kunnen zij een waarschuwing publiceren bij alle overtredingen van voorschriften of verboden gesteld bij of krachtens de Wet op het financieel toezicht, als dat nodig is om schade te voorkomen of te beperken. Daarnaast kunnen zij in spoedgevallen over gaan tot onverwijlde publicatie van een waarschuwing of een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie in reactie op informatie die de overtreder over overtredingen zelf naar buiten brengt. Verder introduceert het wetsvoorstel een grondslag voor DNB om bepaalde kerngegevens openbaar te maken die door banken worden gepubliceerd.

AIFMD Vergunning voor Sentinel Real Estate

Finnius feliciteert Sentinel Real Estate Netherlands met het verkrijgen van een vergunning als beheerder onder de Alternative Investment Managers Directive (AIFMD). Sentinel Real Estate Netherlands behoort tot de groep van Sentinel Real Estate Corporation, een Amerikaanse vastgoedbeheerder gevestigd in New York. Finnius is verheugd dat de intensieve samenwerking tot deze vergunning heeft geleid.

Vergunningplicht voor handelsplatformen met betaaldiensten

Handelsplatformen zijn websites of apps waar bijvoorbeeld vraag en aanbod van goederen en diensten bijeen worden gebracht. Dit soort handelsplatformen faciliteren vaak eveneens de betaling tussen koper en verkoper. Onder de richtlijn betaaldiensten (PSD) waren deze betaaldiensten niet vergunningplichtig volgens DNB aangezien deze toezichthouder het standpunt innam dat het toepassingsbereik van PSD beperkt was tot – kort gezegd – partijen die betaaldiensten verlenen als hoofdactiviteit. Veel handelsplatformen verlenen betaaldiensten echter niet als zelfstandige hoofdactiviteit, maar enkel ter ondersteuning van de hoofdactiviteit van het handelsplatform, niet zijnde een betaaldienst.

Op 28 juni 2017 heeft DNB een nieuwsbericht gepubliceerd waarin zij meldt dat de huidige benadering onder de herziene richtlijn betaaldiensten (PSD2) niet langer mogelijk is. Daarmee komen handelsplatformen die betaaldiensten verlenen binnen de reikwijdte van PSD2 te vallen en verrichten zij vanaf 13 januari 2018 mogelijk vergunningplichtige activiteiten. Wij raden handelsplatformen die ook betaaldiensten verlenen aan om hun adviseur te raadplegen over de mogelijke impact van de beschreven wijziging op hun bedrijfsvoering.

Consultatie conceptregeling verhoging vrijstellingsgrens prospectusplicht Wft

Vandaag is de conceptregeling verhoging vrijstellingsgrens prospectusplicht Wft ter consultatie aan de markt voorgelegd. De conceptregeling wijzigt de vrijstellingsgrens van de prospectusplicht in de Vrijstellingsregeling van EUR 2,5 miljoen naar EUR 5 miljoen. Indien een aanbieder van effecten gebruik wil maken van de EUR 5 miljoen vrijstelling dan dient hij daar van tevoren melding van te doen bij de AFM. Deze melding moet zijn voorzien van informatie zoals de maximale omvang van de aanbieding in euro’s, de aanbiedingsperiode, de categorie van de effecten die worden aangeboden, etc.

Aan de informatieverstrekking aan beleggers onder de vrijstelling van de prospectusplicht stelt de conceptregeling ook eisen. In de conceptregeling is een ‘Informatiedocument voor aanbiedingen van effecten’ opgenomen in Bijlage A. Deze bijlage bevat minimuminformatievereisten voor beleggers en is gebaseerd op de eisen die de Wet oneerlijke handelspraktijken aan informatievereisten stelt.

De conceptregeling ligt tot 12 juli 2017 ter consultatie voor aan de markt. Het is nog niet duidelijk wanneer de regeling in werking zal treden.

Finnius schrijft voor Global Legal Insights

Finnius heeft voor het boek ‘Global Legal Insights: Banking Regulation 2017’ het hoofdstuk over Nederlandse bankenregelgeving voor haar rekening genomen. In het boek wordt voor een selectie van landen de hoofdlijnen van de bankenregelgeving en de belangrijkste ontwikkelingen op dat gebied geschetst.

Lees het hoofdstuk over de Nederlandse bankenregelgeving hier. Via deze link kunt u ook gratis doorklikken naar de hoofdstukken die zien op andere jurisdicties.

Finnius ook aanbevolen in Legal 500 2017

Na de aanbevelingen in Chambers Europe 2017, is Finnius nu ook aanbevolen in de gezaghebbende Legal 500 Europe gids, binnen de categorie Banking & Finance: Regulatory.

Legal500 schrijft:

“‘A niche law firm with a dedicated team, that delivers in terms of quality, response time and availability’, Finnius has a broad workload that includes regulatory advisory, enforcement and litigation. Casper Riekerk is noted for his ‘practical and workable solutions’; Bart Bierman combines ‘accuracy’ and ‘good knowledge of the industry’. Rosemarijn Labeur and Andries Doets also attract praise.”

Klik hier voor de link.

Legal 500 beveelt Finnius tevens aan in de categorie Investment Funds en kwalificeert Finnius als een Top 2 Tier kantoor.

Klik hier voor de link.

The Legal 500 Series is een onafhankelijke gids die elk jaar een gezaghebbende nieuwe lijst produceert van aanbevolen advocatenkantoren en advocaten per rechtsgebied.  De lijst wordt jaarlijks opgesteld op basis van interviews met cliënten, bedrijfsjuristen en andere advocaten.

Finnius aanbevolen in Chambers Europe 2017

De toonaangevende internationale advocatengids Chambers heeft Finnius aanbevolen in haar 2017 Europe editie binnen de categorie Banking & Finance: Regulatory.

Chambers schrijft: “Finnius is a niche firm that provides regulatory and legal advice to the financial industry and delivers high quality, quickly.” and “The team has very good in-depth knowledge. They are very pragmatic but there are no compromises in the academic level or quality of their advice.”

Klik hier voor de link.

Naast deze aanbeveling voor Finnius, wordt Rosemarijn Labeur ook individueel genoemd als aanbevolen advocaat binnen de categorie Investment Funds.

Chambers schrijft: “Rosemarijn Labeur of Finnius advocaten focuses on the regulation of investment funds, including issues related to AIFMD, UCITS and MiFID II. She acts for a wide range of funds as well as clients in banking and insurance. Clients laud “her talent for translating complicated legal language into day-to-day business decisions” and say she is “someone who seems to enjoy solving difficult cases for her clients.”

Klik hier voor de link naar haar Chambers profiel en commentaar.

Chambers & Partners doet sinds 1990 wereldwijd onderzoek naar de kwaliteit van zowel advocatenkantoren als individuele advocaten op basis van interviews met cliënten, bedrijfsjuristen en andere advocaten. Ieder jaar publiceert Chambers & Partners een gezaghebbende nieuwe lijst van aanbevolen advocaten per rechtsgebied.

Finnius verwelkomt Annabel Loeters

Het team van Finnius is per 1 maart 2017 versterkt met de komst van Annabel Loeters.

Annabel houdt zich bezig met financieel toezichtrecht. Naast advisering over verschillende toezichtthema’s richt zij zich op onderzoeken en procedures op het gebied van toezicht en handhaving door de AFM en DNB.

Annabel heeft zowel Internationaal en Europees recht als Nederlands recht gestudeerd aan de Universiteit van Nijmegen, met een specialisatie in het financieel recht. Ook heeft zij gestudeerd aan de University of Glasgow. Annabel is afgestudeerd aan de Universiteit van Nijmegen met een masterscriptie over het provisieverbod. Annabel is in 2014 in Amsterdam beëdigd als advocaat.

AFM toezichtprioriteiten 2017

DNB en de AFM publiceren jaarlijks hun toezichtprioriteiten. De AFM heeft op 10 maart 2017 haar prioriteiten (link) voor het komende jaar gepubliceerd. De toezichtprioriteiten van DNB hebben wij reeds besproken in de Finnius Vooruitblik 2017 (link). Hierna hebben wij een aantal concrete toezichtplannen van de AFM voor 2017 en wat die voor financiële ondernemingen betekenen uiteengezet.

  • MiFID II: Voor u is van belang dat de AFM aandacht zal besteden aan het informeren van marktpartijen door antwoorden op vragen, interpretaties, presentaties en informatiebijeenkomsten. De AFM kondigt aan dat er begin 2018 een assessment komt op de juiste implementatie van de MiFID II-criteria. Voor zover u onder MiFID valt maar uw bedrijfsvoering nog niet hebt aangepast op MiFID II, raden wij u aan dat zo snel mogelijk te doen gelet op de voorbereidingstijd die daarvoor nodig is. Belangrijke onderwerpen zijn onder meer productontwikkeling, kosten, research en best execution.
  • Bedrijfsvoering beleggingsondernemingen: De AFM gaat onderzoek doen bij beleggingsondernemingen met betrekking tot de naleving van de regels inzake integere  en/of beheerste bedrijfsvoering. Het onderzoek zal plaatsvinden bij partijen waar zich de grootste risico’s voordoen. Het is nog niet duidelijk welke partijen dit zijn.
  • AIFMD compliance check: De AFM start in maart 2017 met een onderzoek bij ongeveer 10 door haar geselecteerde beheerders van beleggingsinstellingen. Het onderzoek is bedoeld om vast te stellen in hoeverre deze partijen voldoen aan de regels die volgen uit de AIFM-richtlijn.
  • Naleving Wwft door light beheerders: De AFM heeft in Q3 2016 een enquête rondgestuurd aan vrijgestelde beheerders (AIFM-lightbeheerders) over hun naleving met betrekking tot de Wwft en Sanctiewet. De AFM gaat in Q2 en Q3 de resultaten analyseren en de markt daarover informeren. Mogelijk volgen hier nog vervolgonderzoeken uit. We adviseren light beheerders – voor zover zij dit nog niet gedaan hebben – hun Wwft-processen compliant te maken. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de 4de Anti-witwasrichtlijn, die vooralsnog deze zomer in Nederland wordt geïmplementeerd.
  • Verzekeringsdistributierichtlijn: Lidstaten moeten uiterlijk 23 februari 2018 de verzekeringsdistributierichtlijn (IDD) hebben geïmplementeerd. Ter ondersteuning van marktpartijen bij de voorbereiding op de nieuwe regels zal de AFM onder meer wijzigingen in regelgeving in kaart brengen, informatiedagen organiseren en Q&A’s formuleren. De uitkomst daarvan wordt uiterlijk Q3 of Q4 2017 gepubliceerd.
  • Consumptief krediet: De AFM acht het van belang dat op eenduidige wijze wordt omgegaan met het verstrekken van krediet. Zo zal de AFM in Q3 2017 ter plaatse onderzoek doen bij telecomaanbieders om vast te stellen of de regels voor het verantwoord verlenen van krediet worden nageleefd.
  • Crowdfunding: De AFM wil inzetten op verdere professionalisering van crowdfunding. Dat betekent onder meer dat de AFM ontwikkelingen op het gebied van secundaire verhandeling van crowdfunding-leningen nauwgezet gaat volgen. Wij raden aan de ontwikkelingen via de AFM website goed in de gaten te houden.
  • Innovatie en FinTech: Dit wordt ook in 2017 een belangrijk onderwerp. De AFM zal marktpartijen voorzien van guidance in zowel persoonlijke gesprekken als door middel van presentaties en nieuwsbrieven. De AFM is voornemens nadere invulling te geven aan de wijze waarop financiële ondernemingen invulling kunnen geven aan hun zorgplicht in een gedigitaliseerde omgeving in Q4 2017.
  • Prospectus: De AFM zal een begrijpelijkheidskader opstellen en onderzoeken. Het begrijpelijkheidskader zal in Q3 2017 bekend worden gemaakt. Voor marktpartijen betekent dit meer guidance aan de hand waarvan beter kan worden aangesloten op de wensen van de AFM ten aanzien van de begrijpelijkheid van het prospectus.
  • Reverse listings: De AFM wil reverse listings aanpakken door beursfondsen aan te zetten tot het tijdig openbaren van adequate informatie bij de inbreng van nieuwe activiteiten. Verder zullen de eigen juridische bevoegdheden en werkwijzen van buitenlandse toezichthouders ten aanzien van reverse listings worden onderzocht. Deze werkzaamheden vinden in Q1 van 2017 plaats.

Rosemarijn Labeur aanbevolen door Chambers

De toonaangevende internationale advocatengids Chambers heeft Rosemarijn Labeur aanbevolen in de categorie Investment Funds.

Chambers schrijft: Rosemarijn Labeur of Finnius advocaten is praised by clients for her “practical approach – rather than replying to a question with a question, she thinks more in solutions. She’s very accessible too.” She is noted for her regulatory expertise.”

Chambers & Partners (link) doet sinds 1990 wereldwijd onderzoek naar de kwaliteit van zowel advocatenkantoren als individuele advocaten op basis van interviews met cliënten, bedrijfsjuristen en andere advocaten. Ieder jaar publiceert Chambers & Partners een gezaghebbende nieuwe lijst van aanbevolen advocaten per rechtsgebied. Eerder waren Finnius en Bart Bierman al aanbevolen door de Who’s Who Legal Banking: Regulatory 2017 gids.

Finnius Vooruitblik 2017

In de Finnius Vooruitblik 2017 zijn de belangrijkste ontwikkelingen met betrekking tot het financieel toezichtrecht die in 2017 relevant zullen zijn voor de markt op een rij gezet. Daarbij wordt er ingegaan op nieuwe regelgeving, maar ook op de speerpunten van de toezichthouders. Lees de Vooruitblik hier. Er is ook een Engelse versie beschikbaar, deze leest u hier.

Finnius aanbevolen in Who’s Who Legal Banking: Regulatory 2017!

Wij zijn verheugd dat Finnius en onze partner Bart Bierman worden aanbevolen door de prestigieuze Who’s Who Legal Banking: Regulatory 2017 gids. Finnius is één van de slechts vier aanbevolen Nederlandse advocatenkantoren in het financieel rechtelijke deel van de gids.

Who’s Who Legal is een jaarlijkse league table die de meest vooraanstaande juristen in verschillende rechtsgebieden aanwijst. Advocatenkantoren kunnen zich niet zelf aandragen, maar worden alleen maar opgenomen na een externe aanbeveling. Genomineerden worden geselecteerd op basis van een uitgebreid en onafhankelijk wereldwijd onderzoek onder general counsels van bedrijven en andere advocatenkantoren.

Inventarisatie: uitbreiding consumentenbepalingen Wft naar MKB-ers

Op 1 september 2016 is het Ministerie van Financiën een consultatie gestart om informatie te verzamelen over de effectiviteit en gewenste mate van de bestaande bescherming van zzp-ers en mkb-ondernemingen bij financiële dienstverlening. De achtergrond van deze consultatie zijn de problemen die zich hebben voorgedaan in de dienstverlening aan kleinzakelijke klanten (denk bijvoorbeeld aan de verkoop van rentederivaten aan het mkb). Op basis van vragen wordt in het document wordt onder meer het volgende geïnventariseerd:

  • Hoe de huidige bescherming van zzp-ers en mkb-ondernemingen wordt ervaren;
  • Of het wenselijk is om zzp-ers en mkb-ondernemingen dezelfde bescherming onder de Wft toe te kennen als consumenten;
  • Bij welke definitie kan worden aangesloten om zzp-ers of mkb-onderneming meer bescherming te gunnen (bijvoorbeeld de ‘niet-professionele belegger’ uit MiFID of de definitie van micro-ondernemingen (minder dan 10 werknemers en maximaal 2 miljoen euro omzet of balanstotaal).

In het consultatiedocument wordt een aantal mogelijkheden aangedragen om de bescherming van kleinzakelijke klanten uit te breiden. Bijvoorbeeld een uitbreiding van de algemene zorgplicht in artikel 4:24a Wft voor consumenten naar kleinzakelijke partijen. Een andere maatregel is een uitbreiding van het verbod op provisies naar producten voor kleinzakelijke klanten, voor zover het provisieverbod daar nog niet op van toepassing is. Een andere mogelijkheid is het openstellen van het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (KiFiD) voor kleinzakelijke klanten om een laagdrempelig alternatief voor de gang naar de rechter te bieden. Deze mogelijkheden betreffen slechts suggesties en marktpartijen worden uitgenodigd om hun mening te geven ten aanzien van deze maatregelen en eventuele andere wenselijke maatregelen aan te dragen.

Op basis van de resultaten van de consultatie zal de wenselijkheid van aanpassing of uitbreiding van de wettelijke bescherming worden beoordeeld.

Marktpartijen kunnen tot en met 1 oktober 2016 reageren op de consultatievragen.

Implementatie PRIIPs: vergaande bevoegdheden voor de AFM met betrekking tot (her)verzekeraars

Op 16 augustus 2016 is het Ministerie van Financiën een consultatie (link) gestart van een wetsvoorstel dat de bevoegdheden van de AFM met betrekking tot (her)verzekeraars uitbreidt (Wet implementatie verordening essentiële informatiedocumenten). Dit betreft een uitwerking van een bepaling in de Europese Verordening over essentiële informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (nr. 1286/2014, PRIIP’s-verordening) die voor het overige rechtstreeks van toepassing is in Nederland. De PRIIP’s-Verordening bevat regels voor de informatieverschaffing over en de verkoop van bepaalde beleggingsproducten voor consumenten.

Kort gezegd houdt de nieuwe bevoegdheid van de AFM in dat zij de verkoop of het op de markt brengen van verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten – als bedoeld in de PRIIPs-verordening – kan verbieden of daaraan beperkingen kan stellen. Een voorbeeld van een dergelijk product is een levensverzekering waarbij het mogelijk is te switchen tussen sparen en beleggen. Ook ten aanzien van andere diensten of activiteiten uitgevoerd door een verzekeraar of herverzekeraar kan een verbod worden opgelegd of kunnen beperkingen worden gesteld.

Een door de AFM opgelegd verbod of beperking is tijdelijk van aard en kan alleen in uitzonderlijke gevallen worden ingezet. Kort gezegd, alleen in de situatie waarin (i) het functioneren van de financiële markten wordt bedreigd, (ii) bestaande wet- en regelgeving biedt onvoldoende waarborg tegen die bedrijging  en (iii) beter toezicht of handhaving niet voldoende zijn om het probleem op te lossen. Denk bijvoorbeeld aan nieuwe innovatieve producten waar nog geen regelgeving op van toepassing is en die ervoor zorgen dat de beleggersbescherming in gevaar wordt gebracht of een bedreiging vormen voor het functioneren van de financiële markt.

De PRIIPs-verordening treedt in werking met ingang van 31 december 2016 en vanaf dat moment zal de AFM ook over deze bevoegdheid beschikken. Marktpartijen kunnen tot en met 13 september 2016 een consultatiereactie indienen.

Publicatie en inwerkingtreding implementatiewet verordening en richtlijn marktmisbruik

Verhoging van boetemaxima en wijziging publicatieregime

Op 10 augustus 2016 is de wet (link) ter implementatie van de verordening marktmisbruik (nr. 596/2014) en de richtlijn marktmisbruik (nr. 2014/57/EU) gepubliceerd in het Staatsblad. De wet treedt in werking met ingang van 11 augustus 2016. De verordening was al met ingang van 3 juli 2016 rechtstreeks van toepassing in Nederland. De richtlijn moest voor 3 juli 2016 zijn omgezet in Nederlandse wetgeving. Die omzetting is met de inwerkingtreding van de implementatiewet gebeurd. Het ministerie van Financiën werkt op dit moment aan het Besluit implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik. Het is nog niet bekend wanneer deze wordt gepubliceerd.

Met de inwerkingtreding van de implementatiewet is tevens de boetesystematiek voor de gehele Wet op het financieel toezicht (Wft) op punten gewijzigd. Kort samengevat gaat het om de volgende wijzigingen per 11 augustus 2016:

  • Het basisbedrag voor ernstige overtredingen (boetecategorie 3) is omhoog gegaan van EUR 2 miljoen naar EUR 2,5 miljoen met een verhoging van het maximumbedrag voor deze overtredingen van EUR 4 miljoen naar EUR 5 miljoen.
  • Als dat vereist is ter uitvoering van Europese regels, dan kunnen hogere basis- en maximumbedragen voor overtredingen in de 2e en 3e boetecategorie worden vastgesteld, waarbij geldt dat het maximumbedrag voor een overtreding in de 2e boetecategorie EUR 2,5 miljoen bedraagt en het maximumbedrag voor een overtreding in de 3e boetecategorie 10, 15 of 20 miljoen euro.
  • Voor zeer draagkrachtige ondernemingen is voor ernstige overtredingen (boetecategorie 3) een maximumboete ingevoerd die gerelateerd is aan de omzet, namelijk een maximumboete van 10% van de netto-omzet van de overtreder als dat meer is dan tweemaal het maximumbedrag dat voor de overtreding geldt.
  • Als dat vereist is ter uitvoering van Europese regels, dan kan het percentage voor de omzetgerelateerde boete die kan worden opgelegd bij overtreding van voorschriften in de 3e boetecategorie worden verhoogd van 10% naar 15%, en kan een omzetgerelateerde boete van maximaal 5% van de netto-omzet worden opgelegd bij overtreding van een voorschrift in de 2e boetecategorie als dat meer is dan tweemaal het maximumbedrag dat voor de overtreding geldt.
  • Als de overtreder door de overtreding een voordeel heeft verkregen, dan kan de toezichthouder ervoor kiezen een boete op te leggen van ten hoogste driemaal het bedrag van dat voordeel.

Voorts is ook het publicatieregime voor bestuurlijke sancties op punten gewijzigd. Per 11 augustus 2016 dienen voortaan ook onherroepelijke besluiten tot het opleggen van andere bestuurlijke sancties dan besluiten tot het opleggen van boetes en lasten onder dwangsom openbaar te worden gemaakt door de AFM en DNB. Dit betekent onder meer dat besluiten tot het geven van een aanwijzing worden gepubliceerd als sprake is van een overtreding. Ook hebben de toezichthouders per 11 augustus 2016 de mogelijkheid om publicatie uit te stellen in plaats van de publicatie te anonimiseren in de gevallen waarin dat aangewezen is.

Er is overgangsrecht van toepassing. Dit betekent dat voor overtredingen die plaatsvonden voor 11 augustus 2016 nog de oude boetemaxima gelden en voor besluiten tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie die zijn genomen voor 11 augustus 2016 nog het oude publicatieregime geldt.

Consultatie wetsvoorstel beleggingsobligaties

Het Ministerie van Financiën is op 2 augustus 2016 gestart met een internetconsultatie (link) van een wetsvoorstel dat onder meer strekt tot het introduceren van toezicht op het beheren inzake beleggingsobligaties. Zo introduceert het wetsvoorstel een vergunningplicht voor de beheerder inzake beleggingsobligaties. Daarnaast bevat het wetsvoorstel bepalingen die in sommige gevallen verplichten een bewaarder aan te stellen, waarbij voorwaarden worden gesteld waaraan de bewaarder dient te voldoen. Beleggingsobligaties zijn obligaties waarbij de opbrengst wordt gebruikt om collectief mee te beleggen en waarbij de opbrengsten van de belegging worden gebruikt om op de obligatie af te lossen en de rente op de obligatie te betalen.

Het wetsvoorstel is van belang voor onder andere aanbieders van beleggingsobligaties en beheerders en bewaarders inzake beleggingsobligaties.

De consultatie sluit op 14 oktober 2016. Finnius werkt op dit moment aan een consultatiereactie.

Belangrijke wijzigingen in het financieel toezichtrecht!

Wijziging reikwijdte bonuscap, goedkeuring toezichthouder voor garanties en meer.

Inleiding

De financiële regelgeving gaat in 2017 en 2018 op belangrijke punten veranderen. Op 27 juli 2016 zijn de voorstellen voor de Wijzigingswet financiële markten 2018 en het Wijzigingsbesluit financiële markten 2017 ter consultatie gepubliceerd. Wij begrijpen van het ministerie van Financiën dat er dit jaar geen Wijzigingswet financiële markten 2017 komt. Er zal naar verwachting wel een herstelwet komen om kleine correcties in de financiële regelgeving door te voeren. In oktober zal bovendien de Implementatiewet MiFID II naar verwachting worden gepubliceerd, die ook tot omvangrijke wijzigingen van de Wet op het financieel toezicht en lagere regelgeving zal leiden.

Wijzigingswet financiële markten 2018

De belangrijkste onderwerpen in de Wijzigingswet financiële markten 2018 zijn:

  • Goedkeuring toezichthouder voor aansprakelijkstelling. Op basis van het voorstel zal voorafgaande goedkeuring van de toezichthouder vereist worden voor een garantie afgegeven door banken, verzekeraars of bepaalde beleggingsondernemingen voor schulden die voortvloeien uit (bijna) alle of handelingen van een derde. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de 403-verklaring. Deze goedkeuringsverplichting geldt ook voor garanties gegeven door de holdings van deze financiële ondernemingen of hun groepsentiteiten die kritieke diensten verlenen. De toezichthouder heeft daarnaast de bevoegdheid om de voldoening van een schuld onder de aansprakelijkstelling te verbieden of daar voorwaarden aan te verbinden. Voor significante banken is onder bepaalde omstandigheden de ECB de autoriteit die in beginsel over de goedkeuring beslist. DNB is voor het overige de bevoegde autoriteit. De verplichting tot goedkeuring geldt alleen voor de aansprakelijkstellingen die worden gegeven nadat de wetgeving in werking is getreden.
  • Reikwijdte bonuscap wordt vergroot. Momenteel kent de bonuscap een uitzondering voor beheerders van beleggingsinstellingen en icbe’s en beleggingsondernemingen die alleen voor eigen rekening en risico handelen. Het wetsvoorstel verklaart de bonuscap van toepassing op deze entiteiten voor zover zij behoren tot een groep waar geconsolideerd toezicht op van toepassing is. Dit betekent dat de variabele beloning van werknemers van de genoemde beheerders en beleggingsinstellingen maximaal 100% (of met toestemming van de aandeelhouder 200%) van de vaste beloning van die werknemer op jaarbasis mag bedragen. De reguliere 20% bonuscap wordt dus niet op hen van toepassing.

Naar verwachting treden deze regels medio 2018 in werking.

Wijzigingsbesluit financiële markten 2017

De belangrijkste veranderingen in het Wijzigingsbesluit financiële markten 2017 zijn:

  • Regels voor robotadvies (geautomatiseerd advies). Het besluit bevat regels voor beleggingsondernemingen, beleggingsinstellingen en financiëledienstverleners die geautomatiseerd advies verschaffen aan consumenten. Zo moet er voldoende informatie worden ingewonnen, moet het advies zijn gebaseerd op die informatie en moet het advies worden toegelicht. Daarnaast moet per financieel product in ieder geval één medewerker worden aangewezen die verantwoordelijk is voor de geautomatiseerde adviezen en de periodieke controles daarvan. Deze persoon dient te beschikken over de Wft-diploma’s die vereist zijn voor de advisering over dat specifieke product.
  • Verschaffen van provisie vanaf een beleggingsrekening valt onder het provisieverbod. Sommige beleggingsondernemingen bieden financiëledienstverleners de mogelijkheid om de provisie die de klant aan de financiëledienstverlener moet betalen te laten uitkeren vanaf de door de beleggingsonderneming beheerde beleggingsrekening van de klant. Dat wordt als gevolg van het Wijzigingsbesluit financiële markten 2017 in strijd met het provisieverbod. De vergoeding moet rechtstreeks door de klant aan de financiëledienstverlener worden betaald.

Naar verwachting treden deze regels met ingang van 1 juli 2017 in werking.

U kunt op de consultatie reageren tot en met 8 september 2016. Mocht u vragen hebben over de voorstellen of bij het opstellen van een consultatiereactie, dan helpen wij u daar graag bij.

Inwerkingtreding implementatiewet- en besluit Hypothekenrichtlijn

Op 13 juli 2016 zijn de wet (link) en het besluit (link) ter implementatie van de Hypothekenrichtlijn (nr. 2014/17/EU) gepubliceerd in het Staatsblad. De wet en het besluit treden met ingang van 14 juli 2016 in werking. Vanaf dat moment dienen aanbieders van en bemiddelaars in hypothecair krediet aan de nieuwe regels te voldoen die zijn geïntroduceerd met de Hypothekenrichtlijn. Hierbij kunt u denken aan onder meer de volgende verplichtingen:

  • verstrekken van een standaard informatiedocument (ESIS) met alle belangrijke kenmerken van het aan te bieden hypothecair krediet;
  • regels met betrekking tot reclame over hypothecair krediet;
  • berekening – volgens specifiek voorgeschreven formules – van een jaarlijks kostenpercentage (JKP);
  • verplichte bedenktermijn van 14 dagen bij doen van een bindend aanbod (dit heeft ook gevolgen voor het huidige in de markt gebruikelijke offerteproces);
  • doorlopende informatieverplichtingen;
  • regels over koppelverkoop en gebundelde verkoop;
  • verplicht toestaan van vervroegde (algehele) aflossing van de schuld;
  • zorgvuldige behandeling van klanten met betalingsachterstanden;
  • in acht te nemen voorschriften bij executie van het onderpand; en
  • de mogelijkheid voor bemiddelaars om door middel van een paspoort in andere EU lidstaten actief te kunnen zijn.

De regels zijn zowel civielrechtelijk als toezichtrechtelijk van aard. Implementatie vindt daarom plaats in het BW, de Wft en het BGfo.

Inwerkingtreding MAD/ MAR

Gisteren (3 juli 2016) zijn de Market Abuse Regulation (MAR) en de Market Abuse Directive (MAD) in werking getreden. De MAR is een Europese verordening en is rechtstreeks van toepassing in Nederland. Met de inwerkingtreding van MAR worden de bestaande regels omtrent het voorkomen van marktmisbruik in de Wet op het financieel toezicht vervangen. De MAD bevat strafrechtelijke sancties (opsluiting of boetes) en administratieve sancties (bestuurlijke boetes) ter bestraffing van ernstige vormen van marktmisbruik en een uitbreiding van de bevoegdheden van toezichthouders om met passende sancties te reageren op marktmisbruik.

De implementatiewet die de MAR (gedeeltelijk) en de MAD implementeert staat nog steeds ter discussie. De implementatiewet is dus niet in werking getreden per 3 juli 2016. De datum van inwerkingtreding is nog niet bekend. Vanaf 3 juli moet echter wel worden voldaan aan de bepalingen in de MAR.

Finnius Update Governance: ECB Expectations

In practice, there are many questions around the composition and governance of a bank’s
supervisory body and risk appetite framework (RAF). On 21 June 2016, the European Central Bank (ECB) published its expectations on board governance and RAF for banks under the Single
Supervisory Mechanism (SSM) (here).

To read the Finnius Q&A that discusses what this means for bank governance, please click here.

InnovationHub AFM en DNB

Op 9 juni 2016 heeft de Minister van Financiën de Tweede Kamer geïnformeerd over het initiatief van AFM en DNB om innovatieve bedrijven makkelijker toegang te geven tot de financiële sector (link kamerbrief Minister). De toezichthouders hebben aangekondigd met een InnovationHub te komen, waar marktpartijen terecht kunnen met vragen over regelgeving en beleid met betrekking tot de toepassing van innovaties in de financiële sector. Tevens wordt gedacht aan de opzet van een proeftuin en aan alternatieve vergunningregimes. Om te kunnen beoordelen welke aanpassingen in het toezicht daadwerkelijk gewenst zijn voor een verantwoorde innovatie in de financiële sector hebben AFM en DNB een discussiedocument opgesteld (link). Marktpartijen kunnen tot 1 september 2016 op dit document reageren (link persbericht).

Publicaties ten aanzien van de implementatiewet verordening en richtlijn marktmisbruik

De minister van financiën heeft een wetsvoorstel, memorie van toelichting, het advies van de Raad van State en een rapport ter informatie over de uitvoering van de Richtlijn Marktmisbruik (2014/46/EU) en de Verordening Marktmisbruik (596/2014) gepubliceerd.

Het wetsvoorstel wijzigt onder andere de Wet op het financieel toezicht. Eén van de gevolgen van de implementatiewet is een verhoging van het maximumbedrag voor boetes die op basis van de Wet op het financieel toezicht kunnen worden opgelegd door de AFM of DNB. Een ander gevolg is dat ook onherroepelijke besluiten tot het opleggen van andere bestuurlijke sancties dan besluiten tot het opleggen van boetes en lasten onder dwangsom voortaan openbaar dienen te worden gemaakt.

De Verordening Marktmisbruik treedt op 3 juli 2016 in werking en de Richtlijn Marktmisbruik dient op die datum te zijn geïmplementeerd.

 

Boetes AFM beheerste beloning aan uitvaartverzekeraars vernietigd door rechter

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft op 3 mei 2016 de boetes die de Autoriteit Financiële Markten (AFM) oplegde aan drie grote uitvaartverzekeraars vernietigd (ECLI:NL:CBB:2016:95, ECLI:NL:CBB:2016:96 en ECLI:NL:CBB:2016:97). Ieder van de verzekeraars kreeg een boete ter hoogte van 250.000 euro, omdat zij volgens de AFM geen beheerst beloningsbeleid voerden in 2011. Met ingang van 1 januari 2011 is de verplichting een beheerst beloningsbeleid te voeren geïntroduceerd. Het CBb oordeelde dat de AFM niet over heel 2011 de boetes mocht opleggen, maar dat zij de uitvaartverzekeraars voldoende tijd had moeten gunnen om hun bestaande arbeidsvoorwaarden aan te passen aan de nieuwe verplichting, hetgeen tijd vergt. Nu de AFM de verzekeraars geen reële mogelijkheid heeft geboden om aan de opgelegde verplichting te voldoen kon zij de boetes niet opleggen. Het CBb schrapt daarom de boetes.

Met de uitspraak van het CBb is de procedure beëindigd. Finnius advocaten heeft twee van de uitvaartverzekeraars bijgestaan.

 

Wijziging WTT: consultatie gestart

Op 2 mei 2016 publiceerde de minister van Financiën een wetsvoorstel tot wijziging van de Wet toezicht trustkantoren. De belangrijkste voorstellen omvatten:

(i) de introductie van een verplichte tweehoofdige leiding;

(ii) een uitbreiding van de bevoegdheden van de toezichthouder;

(iii) het aansluiting zoeken bij de Wet op het financieel toezicht met betrekking tot de normen voor een integere en beheerste bedrijfsvoering;

(iv) ruimere mogelijkheden om via lagere regelgeving aanvullende regels te stellen.

De consultatie sluit op 30 mei 2016 (link).

De consultatiereactie van Finnius kunt u hier lezen.

Hogere boetes voor overtreden regels financiële markten

Op 19 april 2016 stuurde Minister Dijsselbloem van Financiën het wetsvoorstel implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik (link) naar de Tweede Kamer. De implementatie van de verordening marktmisbruik is aangegrepen om de boetesystematiek voor de hele Wet op het financieel toezicht (Wft) aan te passen. Uit dit wetsvoorstel blijkt dat de boetes voor het overtreden van de Wft omhoog gaan. Het basisbedrag voor ernstige overtredingen (boetecategorie 3) gaat omhoog van 2 miljoen euro naar 2,5 miljoen met een verhoging van het maximumbedrag voor deze overtredingen van 4 miljoen euro naar 5 miljoen. De maximumboete bij herhaalde overtredingen wordt verdubbeld naar 10 miljoen euro. Voor grote ondernemingen wordt voor ernstige overtredingen een maximumboete ingevoerd die gerelateerd is aan de omzet. Deze boete bedraagt maximaal 10% van de netto-omzet. In gevallen waarbij Europese regels nog hogere boetes vereisen, kan de maximale boete worden verhoogd tot 20 miljoen euro of, in het geval de maximumboete aan de omzet is gerelateerd, 15% van de netto-omzet. De basisbedragen voor overtredingen van de 1e en 2e boetecategorie (10.000 euro respectievelijk 500.000 euro) blijven ongewijzigd.

Finnius update: Ontwikkelingen beleggingsfondsen

Recent hebben zich verschillende relevante ontwikkelingen voorgedaan met betrekking tot beleggingsfondsen. Die ontwikkelingen komen in deze Finnius update aan de orde.

Klik hier voor de update (pdf).

Wilt u de update in het Engels lezen? Klikt u dan hier.

Wijzigingswet financiële markten 2016 treedt vandaag (1 april 2016) in werking

De Wijzigingswet Financiële Markten 2016 (Wijzigingswet) treedt vandaag (1 april 2016) in werking. Dat betekent dat vandaag de Wet op het financieel toezicht op substantiële punten zal worden gewijzigd. De belangrijkste wijzigingen zijn de volgende:

–         Nieuwe regels met betrekking tot de bescherming van derivatenbezitters tegen het faillissement van een tussenpersoon (waaronder banken). Derivatenposities die een tussenpersoon namens cliënten aangaat, dienen afgeschermd te worden van het vermogen van de tussenpersoon en de tussenpersoon dient daarvan een goede administratie te houden. Daarnaast wordt het voor banken verplicht op voorhand aan te geven of zij als tussenpersoon of als tegenpartij namens de cliënt derivatenposities aangaat.

–       Het top-up regime voor AIFMD-beheerders die fondsen aanbieden aan retail beleggers zal per 1 april 2016 niet meer gelden bij aanbiedingen aan high net worth individuals. Hieronder worden verstaan aanbiedingen waarbij (i) de deelnemingsrechten slechts kunnen worden verworven tegen een tegenwaarde van ten minste EUR 100.000 per deelnemer; of (ii) die een nominale waarde per recht hebben van ten minste EUR 100.000.

–   De Wijzigingswet brengt enkele wijzigingen met zich ten aanzien van het toezicht op afwikkelondernemingen. Deze wijzigingen zorgen ervoor dat de bepalingen met betrekking tot markttoetreding beter aansluiten op de bepalingen met betrekking tot lopend toezicht. De belangrijkste wijzigingen leiden ertoe dat de voorschriften voor afwikkelondernemingen met zetel in Nederland en de voorschriften voor afwikkelondernemingen met zetel in een niet-aangewezen staat beter op elkaar zijn afgestemd.

Voornemen tot verhoging vrijstellingsgrens prospectusplicht voor mkb-ondernemingen

Op dit moment geldt voor mkb-ondernemingen een vrijstelling van de prospectusplicht bij het aanbieden van effecten met een totale waarde van minder dan € 2,5 miljoen (over een periode van 12 maanden). Het kabinet is voornemens, zodra de nieuwe Prospectusverordening van toepassing is, deze vrijstellingsgrens te verhogen naar € 5 miljoen in combinatie met additionele waarborgen (zie Kamerstukken II 2015-2016, 22112, nr. 2051) Het kabinet is namelijk van mening dat de grens van € 5 miljoen het uiterste bedrag is waarbij de voordelen van lagere kosten voor uitgevende instellingen nog opwegen tegen het ontbreken van een volledig prospectus voor beleggers. Het kabinet wil de vrijstellingsgrens enkel verhogen wanneer dit gebeurt in combinatie met additionele waarborgen, aangezien zij deze waarborgen essentieel acht om misbruik van de vrijstellingsgrens te voorkomen. Daarom komen er ook minimum informatievereisten en een meldplicht voor partijen die gebruik maken van de (voorgestelde) vrijstelling. Doordat laatstgenoemde partijen zich moeten melden bij de AFM, krijgt de AFM een overzicht van deze partijen en kan zij eerder inspelen op mogelijke verduistering van de toevertrouwde gelden bij die partijen. Met de minimum informatievereisten beoogt het kabinet beleggers beter te beschermen en tegelijkertijd de mkb-ondernemingen duidelijkheid te geven welke informatie zij dienen te verschaffen. Het is de bedoeling dat de informatie voorafgaand aan de uitgifte van de effecten verstrekt wordt.

Kortom, door de vrijstellingsgrens voor de prospectusplicht te verhogen, zal het aantrekken van financiering door het mkb makkelijker worden. Aangezien de verhoging van de vrijstellingsgrens wordt voorzien van de meldplicht en minimum informatievereisten, wordt de beleggersbescherming eveneens vergroot.

De nieuwe Prospectusverordening zal naar verwachting dit jaar in werking treden. Uitgevende instellingen zullen 12 maanden na de datum van inwerkingtreding pas aan de regels in de Prospectusverordening hoeven te voldoen.

Regels voor online financiële dienstverleners met betrekking tot beslechting van consumentengeschillen

Nog niet alle online dienstverleners voldoen aan de regels gesteld in de Verordening betreffende online beslechting van consumentengeschillen (Verordening ODR consumenten). Vanaf 15 februari 2016 zijn online dienstverleners verplicht om op hun website consumenten te wijzen op de mogelijkheid van online geschilbeslechting via het Online Dispute Resolution-platform (ODR-platform). Via het ODR-platform kunnen consumenten kenbaar maken dat zij een geschil hebben met een online dienstverlener en dat zij daarvoor door middel van alternatieve geschilbeslechting een oplossing zoeken. Nadat de consument zijn klacht via het ODR-platform heeft ingestuurd, ontvangt de online dienstverlener daar een melding van. De online dienstverlener kan vervolgens voorstellen bij welke geschillencommissie het geschil kan worden voorgelegd. Bij financiële online dienstverleners zal dat het KiFiD zijn.

Concreet betekent de Verordening ODR consumenten dat online dienstverleners:

• op de website een elektronische link naar het ODR-platform van de Europese Commissie plaatsen (de link moet voor de consument makkelijk toegankelijk zijn);
• die reeds zijn aangesloten bij het KiFiD consumenten over het bestaan van het ODR-platform en de mogelijkheid om hiervan gebruik te maken voor het beslechten van geschillen informeren (deze informatie moet worden verstrekt op de website via een elektronische link naar het ODR-platform, indien er een aanbod tot dienstverlening via e-mail wordt gedaan wordt de link naar het ODR-platform tevens in de e-mail opgenomen).
• die algemene voorwaarden voor consumentenovereenkomsten via internet hanteren, een elektronische link naar het ODR-platform opnemen in de algemene voorwaarden.

Het is van belang aan deze vereisten te voldoen. Bij overtreding is de Autoriteit Financiële Markten bevoegd een bestuurlijke boete op te leggen, waar het gaat om financiële diensten.

Uitstel MiFID II

De startdatum voor toezichthouders en marktpartijen om te voldoen aan MiFID II (de herziene Richtlijn markten in financiële instrumenten, MiFID, en bijbehorende Verordening, MiFIR) is uitgesteld. Toezichthouders en marktpartijen krijgen een jaar extra om te voldoen aan de regels opgenomen in MiFID II. Met het uitstel wordt rekenschap gegeven van de uitdagingen die de buitengewoon technische implementatie met zich brengt voor toezichthouders en markpartijen. De nieuwe deadline is 3 januari 2018. Het uitstel is formeel gezien slechts een besluit van de Europese Commissie. De Raad en het Europees Parlement moeten nog instemmen met het besluit. De datum waarop EU-lidstaten MiFID moeten hebben geïmplementeerd blijft 3 juli 2016.

AFM past crowdfunding-investeerderstoets aan

Naar aanleiding van een bijeenkomst met de vertegenwoordigers van crowdfundingplatforms heeft de AFM besloten om het voorschrift ten aanzien van de crowdfunding-investeerderstoets op 3 onderdelen aan te passen:
 
·         Een eerste investeerderstoets hoeft pas te worden afgenomen bij een investeringsbedrag boven € 500. Voorheen gold dit voorschrift voor iedere investering.
·         Bij het tweede toetsmoment – op het moment dat het totaal geïnvesteerde bedrag hoger is dan € 5000 – mag worden volstaan met het stellen van vermogensvragen en het wijzen op de risico’s bij het beleggen in crowdfunding. Voorheen ging het voorschrift uit van een volledige nieuwe toets.
·         Bij elke volgende investering van € 5000 geldt eveneens de bovenstaande beperkte toets.
 
Achtergrond van deze aanpassingen is dat het herhaalde karakter van de investeerderstoets op voorhand als belemmerend wordt ervaren door de crowdfundingplatforms.

Rapport DNB over FinTech

Op 21 januari 2016 vond een door de Tweede Kamer georganiseerd rondetafelgesprek plaats over technologische innovatie in de financiële sector (‘FinTech’). DNB heeft haar visie op dit onderwerp gegeven in een Position paper (zie hier) en een rapport gepubliceerd: ‘Technologische innovatie en de Nederlandse financiële sector: Kansen en risico’s voor gevestigde instellingen, nieuwkomers & het toezicht’ (zie hier).DNB bespreekt in het rapport de impact van technologische innovatie op de financiële sector en analyseert drie denkbare scenario’s. Technologische innovatie heeft mogelijk een grote impact op de bedrijfsmodellen en strategieën van bestaande marktpartijen. Uit het onderzoek van DNB komen positieve effecten van innovatie naar boven, maar is ook gebleken dat er potentiële risico’s aan kleven. DNB kondigt een aantal vervolgstappen aan in het rapport, waaronderhet onderzoeken van de mogelijkheid van een tijdelijke vergunning voor experimentele diensten (‘proeftuin’) en vergunningen op basis van specifieke activiteiten of risico’s van financiële instellingen.

Finnius Vooruitblik 2016

In de Finnius Vooruitblik 2016 zijn de belangrijkste ontwikkelingen met betrekking tot het financieel toezichtrecht die in 2016 relevant zullen zijn voor de markt op een rij gezet. Daarbij wordt er ingegaan op nieuwe regelgeving, maar ook op de speerpunten van de toezichthouders. Lees de Vooruitblik hier. De Engelse versie vindt u hier.

Finnius adviseert Euronext inzake beroepsprocedure kapitaalseisen

Finnius heeft, in samenwerking met Rutgers & Posch, Euronext bijgestaan inzake haar beroepsprocedure tegen de Minister van Financiën. Bij uitspraak  van 17 december 2015 heeft de Rechtbank Rotterdam Euronext in het gelijk gesteld door de herziene vergunningen van Euronext en Euronext Amsterdam, inclusief de daarin opgenomen kapitaalsvereisten, te vernietigen. Het gecombineerde team bestaat uit Andries Doets en Pien Kerckhaert (Finnius) en Robert ten Have en Henriette van Overklift (Rutgers en Posch).

Zie ook het persbericht van Euronext.

Lancering nieuw online hypotheekplatform bijBouwe

Finnius feliciteert Dynamic Credit met de lancering van het nieuwe online hypotheekplatform bijBouwe. Na een intensieve samenwerking in het kader van het opstellen van de hypotheekdocumentatie en advisering over het platform is dit innovatieve platform vorige week gelanceerd. Finnius is verheugd dat het enthousiasme en de gedrevenheid van Dynamic Credit tot dit indrukwekkende resultaat heeft geleid.

Publicatie Prospectus verordening

Op 30 november 2015 heeft de Europese Commissie het voorstel voor de nieuwe Prospectus verordening gepubliceerd. Deze verordening zal op den duur de huidige Prospectusrichtlijn (2003/71/EG) vervangen. Het voorstel is onderdeel van het meerjarige actieplan van de Europese Commissie om tot een Kapitaalmarktunie te komen. Uit de speech van Jonathan Hill – Europese Commissielid die zich bezighoudt met de Kapitaalmarktunie – volgt dat het voorstel voor de nieuwe Prospectus verordening ervoor zal zorgen dat het opstellen van een prospectus simpeler, sneller en goedkoper wordt.

De belangrijkste veranderingen in de voorgestelde Prospectus verordening zijn:
• Minder belastende prospectusregels voor het MKB;
• De vrijstelling voor kleine emissies wordt verruimd;
• Secundaire emissies voor beursgenoteerde onderneming worden vergemakkelijkt;
• De samenvatting van de prospectus dient te worden beperkt tot maximaal 6 A4-pagina’s;
• Versneld goedkeuringsproces voor uitgevende instellingen die op frequente basis emissies doen.

Finnius verwelkomt Tim de Wit

Het team van Finnius is per 1 december 2015 versterkt met de komst van Tim de Wit.

Tim houdt zich sinds 2011 dagelijks bezig met financieel toezichtrecht. Hij adviseert nationale en internationale marktpartijen over verschillende toezichtthema’s. Tim heeft met name veel ervaring op het gebied van de regulering van consumentenkrediet, zowel consumptief krediet (de Richtlijn Consumentenkrediet) als hypothecair krediet (de Hypothekenrichtlijn). Tim heeft daarnaast bijzondere interesse voor de fondsenpraktijk; het structureren en opzetten van beleggingsfondsen en het adviseren over de Alternative Investment Fund Managers Directive (AIFMD).

Tim is in 2011 in Amsterdam beëdigd als advocaat. Hij heeft voor zijn overstap naar Finnius gewerkt bij een gerenommeerd Nederlands advocatenkantoor, waarvan anderhalf jaar in New York.

Bart Bierman publiceert opiniestuk in het FD over Europese Bankenunie

Finnius partner Bart Bierman heeft op 5 november 2015 een opinieartikel gepubliceerd in het Financieele Dagblad over de Europese Bankenunie. Hij maakt de balans op bij het éénjarig jubileum van het ECB-toezicht op banken. Conclusie is dat er nog veel onduidelijk blijft. De ECB en DNB moeten helderder communiceren over welke toezichthouder wat doet, en met welke grondslag. Het artikel vindt u hier.

Lancering nieuwe bank in Nederland: bunq

Finnius feliciteert haar klant bunq met de lancering van de nieuwste bank in Nederland. Na een intensieve samenwerking in het kader van de aanvraag van de bankvergunning is de lancering van deze innovatieve aanwinst voor de bancaire sector nu een feit. Finnius is verheugd dat het enthousiasme en de unieke gedrevenheid van onze klant tot dit indrukwekkende resultaat heeft geleid. (link)

Finnius in het Amsterdams Balie Bulletin

In de september 2015 editie van het Amsterdams Balie Bulletin is onder de rubriek “Founders 2.0″ een interview gepubliceerd met Finnius advocaten Andries Doets en Matthieu van Straaten over de oprichting en groei van Finnius met de titel “Finnius: Slim zijn is niet voldoende”. Lees het hier.

Finnius verwelkomt Bart Bierman

Het team van Finnius wordt versterkt met de komst van Bart Bierman.

Bart adviseert banken en andere financiële ondernemingen over de impact op hun bedrijf van financieel toezichtrecht, financieel vermogensrecht en derivatenrecht. Bart focust daarbij op prudentiële regelgeving die ziet op de interne organisatie en governance van een financiële onderneming. Bart adviseert over de Wet op het financieel toezicht (Wft), maar ook Europese toezichtrechtelijke regelgeving zoals de Capital Requirements Directive en Regulation (CRD IV/CRR), de Bank Recovery and Resolution Directive (BRRD), de Bankenunie (SSM en SRM) en de European Market Infrastructure Regulation (EMIR).

Vanaf 2006 was Bart als advocaat werkzaam bij NautaDutilh, waarvan anderhalf jaar op het kantoor van NautaDutilh in New York. Bart sluit zich bij Finnius aan als partner.

Consultatie wetsvoorstel ter implementatie van de verordening en richtlijn marktmisbruik

De Minister van Financiën is op 9 juli jl. gestart met een internetconsultatie (link) van het wetsvoorstel ter implementatie van de verordening marktmisbruik (nr. 596/2014) en richtlijn marktmisbruik (nr. 2014/57/EU). De consultatie sluit op 10 augustus 2015. De verordening vervangt de richtlijn marktmisbruik uit 2003 en stelt regels ter voorkoming van marktmisbruik. De nieuwe richtlijn marktmisbruik verplicht lidstaten om in ieder geval ernstige vormen van marktmisbruik strafbaar te stellen. De richtlijn moet voor 3 juli 2016 zijn omgezet in Nederlandse wetgeving. De verordening is met ingang van 3 juli 2016 rechtstreeks van toepassing.

Publicatie Richtlijn Bankrekeningen

In het Publicatieblad van de Europese Unie van 28 augustus 2014 is de Richtlijn Bankrekeningen (nr. 2014/92/EU) gepubliceerd. De richtlijn introduceert nieuwe regels die tot doel hebben de transparantie en vergelijkbaarheid van de vergoedingen van betaalrekeningen te verbeteren en de grensoverschrijdende dienstverlening met betrekking tot betaalrekeningen toegankelijker te maken. Belangrijk is onder meer de introductie van een standaard informatiedocument met betrekking tot de vergoedingen van een betaalrekening. Deze richtlijn moet in september 2016 zijn omgezet in nationale wetgeving, waar aanbieders van betaalrekeningen dan aan moeten voldoen.

Publicatie EU regelgeving

In het Publicatieblad van de Europese Unie van 12 juni 2014 is nieuwe regelgeving gepubliceerd: http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=OJ:L:2014:173:FULL&from=EN.

Het betreft onder meer de Verordening marktmisbruik en de Richtlijn marktmisbruik, de Verordening markten in financiële instrumenten (MiFIR), de (herziene) Richtlijn markten in financiële instrumenten (MiFID II) en de Richtlijn betreffende de totstandkoming van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (RRD).

Wetsvoorstel Implementatiewet wijziging richtlijn transparantie ingediend

Op 18 juni 2015 heeft minister Dijsselbloem het wetsvoorstel Implementatiewet wijziging richtlijn transparantie ingediend bij de Tweede Kamer (link). Het wetsvoorstel implementeert de herziene transparantierichtlijn (nr. 2013/50/EU). De Afdeling advisering van de Raad van State had geen inhoudelijke opmerkingen. Het is de bedoeling het wetsvoorstel nog vóór het herfstreces in de Tweede Kamer te behandelen.

Wetgevingsbrieven DNB en AFM 2015

Minister Dijsselbloem heeft begin deze maand de wetgevingsbrieven van toezichthouders DNB en de AFM met zijn reactie daarop naar de Tweede Kamer gestuurd. Elk jaar maken DNB en de AFM hun wetgevingswensen kenbaar aan de minister.

De AFM pleit onder meer voor ruimere waarschuwingsbevoegdheden in de Wet op het financieel toezicht (Wft) en de Wet toezicht accountantsorganisaties. De AFM zou graag in een eerder stadium gebruik willen kunnen maken van haar openbare waarschuwingsbevoegdheid en ten aanzien van alle overtredingen een waarschuwing kunnen uitvaardigen. Ook pleit de AFM voor ruimere publicatiebevoegdheden in de Wft, zodat zij in rapportages financiële ondernemingen bij naam kan noemen.

DNB vraagt in het kader van transparantie om een bevoegdheid om naar buiten te kunnen treden indien een instelling zelf toezichtvertrouwelijke informatie openbaar maakt en verzoekt te regelen dat DNB een set uniforme kerngegevens op basis van een deel van de toezichtrapportages van banken openbaar kan maken. Voorts komt in de brief van DNB onder meer aan de orde de introductie van een financiële stabiliteits- en afwikkelbaarheidstoets bij fusies en overnames van banken, een verdere versterking en uitbreiding van het herstel- en afwikkelingskader voor verzekeraars, en doet DNB, evenals vorig jaar, voorstellen tot aanpassing van de trustregelgeving.

De wetgevingsbrieven en de reactie daarop van de minister, vindt u hier (link).

JUNI 2012 – AMSTERDAM

Workshops ‘geschiktheid’ voor verzekeraars. In juni 2012 organiseren Finnius en Montae vier workshops voor verzekeraars over de eisen ten aanzien van deskundigheid. De workshops gaan in op het regelgevend kader, self assessments en de toepassing door AFM en DNB. Zie hier voor meer informatie de uitnodigingsbrief en het programma.

Gratis telefoon bij telefoonabonnement is krediet

De Hoge Raad oordeelde dat een “gratis” telefoon bij een telefoonabonnement moet worden aangemerkt als krediet: http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2014:1385

24 MEI 2011 – AMSTERDAM

Minister van Financiën stuurt wetsontwerp ter introductie van de geschiktheidstoets naar de Tweede Kamer. De geschiktheidseis zal de huidige deskundigheidseis vervangen. Zie hier voor de Memorie van Toelichting bij het concept wetsvoorstel.

Voorstel Wijzigingswet financiële markten 2016 gepubliceerd

Op 7 mei jl. is het voorstel Wijzigingswet financiële markten 2016 (34198) ingediend bij de Tweede Kamer en op 8 mei jl. gepubliceerd. Tevens is per die datum het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State openbaar gemaakt. In de consultatieversie van het wetsvoorstel was onder meer een bevoegdheid voor DNB en de AFM opgenomen om bij twijfel ten aanzien van de geschiktheid van een beleidsbepaler of commissaris een aanwijzing tot schorsing te geven. Kritiek daarop van de Raad van State heeft ertoe geleid dat deze bevoegdheid niet in het wetsvoorstel is opgenomen. De wenselijkheid van de voorgestelde aanwijzingsbevoegdheid en de eventuele wettelijke vormgeving van een dergelijke bevoegdheid zullen worden heroverwogen, aldus de minister in het Nader rapport.

Consultatie wetsvoorstel ter implementatie van de Europese Richtlijn hypothecair krediet

De Minister van Financiën is op 21 mei jl. gestart met een internetconsultatie (link) van het wetsvoorstel ter implementatie van de Europese Richtlijn hypothecair krediet (nr. 2014/17/EU) (link). De consultatie sluit op 18 juni 2015. De richtlijn introduceert nieuwe regels voor aanbieders van en bemiddelaars in hypothecair krediet aan consumenten. Belangrijk zijn onder meer de introductie van een standaard informatiedocument met betrekking tot het hypothecair krediet en de mogelijkheid voor bemiddelaars om door middel van een paspoort buiten Nederland actief te kunnen zijn. De richtlijn moet in maart 2016 zijn omgezet in nationale wetgeving, waar aanbieders en bemiddelaars dan aan moeten voldoen.

Reactie Finnius op consultatie Prospectusrichtlijn

Op 18 februari jl. startte de Europese Commissie een consultatie over de Prospectusrichtlijn, die afliep op 13 mei. Finnius heeft op de consultatie gereageerd (link naar reactie). Ook toezichthouders AFM en DNB en het Ministerie van Financiën stuurden een (gezamenlijke) reactie in (link naar reactie). De Europese Commissie ontving in totaal 181 reacties. De reacties waarvoor toestemming is gegeven tot publicatie zullen op 10 juni a.s. op de website van de Commissie worden gepubliceerd (link naar consultatie).

Consultatie Wijzigingsbesluit financiële markten 2016 en voornemens tot aanpassing regelgeving crowdfunding

De Minister van Financiën is op 31 maart jl. gestart met een internetconsultatie van het Wijzigingsbesluit financiële markten 2016. Het is de bedoeling dat dit besluit op 1 januari 2016 in werking treedt. De consultatie sluit op 29 april 2015. Belangrijk is onder meer de uitbreiding van het provisieverbod en het opnemen van regels met betrekking tot crowdfunding. Het wijzigingsbesluit stelt voor het provisieverbod ook te laten gelden voor het bemiddelen in of adviseren van een premiepensioenvordering en aanbieders van beleggingsverzekeringen niet langer een beloning of vergoeding te laten ontvangen van beheerders van beleggingsinstellingen of icbe’s.

Tegelijkertijd met de consultatie stuurde de minister van Financiën op 31 maart jl. een brief naar de Tweede Kamer over de voortgang bij de aanpassingen van regelgeving voor crowdfunding (link).

De AFM had eerder in haar rapport “Crowdfunding – Naar een duurzame sector. Onderzoek naar (toezicht op) de crowdfundingsector” van 19 december 2014 (zie het nieuwsbericht “ontwikkelingen crowdfunding” uit december 2014 op deze pagina) een aantal knelpunten geïdentificeerd waarmee crowdfunding-initiatieven geconfronteerd kunnen worden. In de brief worden concrete voorstellen gedaan om de knelpunten te adresseren.

Geschiktheids- en betrouwbaarheidseisen tweede echelon en uitbreiding bankierseed

Zoals voorzien in de Wijzigingswet financiële markten 2015, gelden er per 1 april 2015 geschiktheids- en betrouwbaarheidseisen voor het tweede echelon van banken en verzekeraars en is de kring van personen die de moreel ethische verklaring of ‘bankierseed’ moet afleggen uitgebreid.

De geschiktheids- en betrouwbaarheidseisen gelden per 1 april jl. niet langer alleen voor dagelijks beleidsbepalers en interne toezichthouders, maar ook voor – kort gezegd – alle leidinggevenden die direct onder de beleidsbepalers functioneren en die grote invloed kunnen uitoefenen op het risicoprofiel van Nederlandse banken of verzekeraars. Er is niet voorzien in een overgangsregime, waardoor de banken en verzekeraars tot 1 april 2015 de tijd hadden om zelf de zittende medewerkers van het tweede echelon te toetsen op geschiktheid en onderzoek te doen naar hun betrouwbaarheid. DNB voert een aanvullend onderzoek uit naar de betrouwbaarheid van de betrokken personen. DNB heeft naar aanleiding van vragen uit de markt een overzicht van vragen en antwoorden over dit onderwerp samengesteld.

De uitbreiding van de kring van personen die de moreel ethische verklaring moet afleggen betreft medewerkers van bepaalde Nederlandse financiële ondernemingen die in Nederland werkzaam zijn en wier werkzaamheden het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk kunnen beïnvloeden of die direct klantcontact hebben. Voor Nederlandse banken geldt de uitbreiding van de bankierseed voor alle medewerkers die in Nederland werkzaam zijn en is bepaald dat dit verder gaat dan het hebben van een arbeidscontract. De verplichting de bankierseed af te leggen geldt ook voor medewerkers van in Nederland gelegen bijkantoren van banken met zetel in een niet-lidstaat. Voor de op 1 april 2015 al zittende medewerkers is een overgangsregeling opgenomen.

Publicatie Richtlijn hypothecair krediet

Op 28 februari jl. is de Richtlijn hypothecair krediet (nr. 2014/17/EU) gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. De richtlijn introduceert nieuwe regels voor aanbieders van en bemiddelaars in hypothecair krediet. Belangrijk zijn onder meer de introductie van een standaard informatiedocument met betrekking tot het hypothecair krediet en de mogelijkheid voor bemiddelaars om door middel van een paspoort buiten Nederland actief te kunnen zijn. Deze richtlijn moet in maart 2016 zijn omgezet in nationale wetgeving, waar aanbieders en bemiddelaars dan aan moeten voldoen.

Visie DNB toezicht 2014-2018

DNB publiceerde op 4 maart jl. haar nieuwe ‘Visie DNB toezicht 2014-2018’. De Visie bouwt voort op de aanscherpingen in het toezicht van DNB in de afgelopen jaren. Zie hier voor het document.

Wetsvoorstel toezicht kredietunies

Het wetsvoorstel toezicht kredietunies (link), dat in mei 2014 is ingediend bij de Tweede Kamer, beoogt een regelgevend kader te scheppen voor kredietunies en de oprichting daarvan te vereenvoudigen. De Tweede Kamer steunt het wetsvoorstel, maar bij de behandeling daarvan op 4 maart jl. (link) bleek ook dat er nog vragen zijn over hoe deze kredietunies er precies uit moeten komen te zien. Er werden vragen gesteld over de mate waarin kredietunies geldverschaffers moeten informeren over de risico’s die zij lopen en er was kritiek op de regel dat kredietunies nooit meer dan 2,5% van hun geld mogen uitlenen aan één bedrijf en op de hoogte van de toezichtkosten.

Kredietunies zijn coöperaties, waarin ondernemers zich per branche of per regio verenigen en elkaar geld uitlenen. Het wetsvoorstel regelt dat kredietunies met een beperkte omvang (minder dan € 10 miljoen) worden vrijgesteld van de vergunningplicht voor kredietunies. Kredietunies tot € 100 miljoen en 25.000 leden hebben een vergunning nodig van DNB voor het uitoefenen van het bedrijf van kredietunie. Coöperaties die meer geld te vergeven hebben, hebben een vergunning nodig als bank. Voor het MKB betekenen kredietunies de komst van een alternatieve financieringsbron.

17 FEBRUARI 2011 – AMSTERDAM

AFM publiceert boete inzake verbod op colportage met betrekking tot krediet.

Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen (Wbfo) in werking getreden

De Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen (Wbfo) is op 6 februari jl. in het Staatsblad gepubliceerd en treedt in werking met ingang van 7 februari 2015 (Stb. 2015, nr. 45 en 46). Daarmee treedt het bonusplafond van in beginsel 20% in werking. Op contracten die zijn gesloten voorafgaande aan 1 januari 2015 is echter in 2015 nog niet de 20%-bonuscap van toepassing.

Door banken en bepaalde beleggingsondernemingen moet ingevolge de Europese richtlijn kapitaalvereisten (nr. 2013/36/EU) en de implementatie daarvan in de Nederlandse Wet op het financieel toezicht (artikel 3:17a) in 2015 het bonusplafond uit die richtlijn worden toegepast met betrekking tot hun zogenaamde identified staff die reeds in dienst was voorafgaande aan het moment van inwerkingtreding van de Wbfo. In 2015 wordt daarom naast de 20%-bonuscap ook het bonusplafond van artikel 3:17a in stand gehouden (de bonusplafonds van 100% of 200%). Voor alle andere personen die vanaf 1 januari 2015 in dienst treden geldt het laagste bonusplafond: het bonusplafond van in beginsel 20%. Per 1 januari 2016 vervalt artikel 3:17a, aangezien het overgangsrecht voor bestaande contracten bij het bonusplafond dan is afgelopen.

Tweede druk verschenen van “Kredietverstrekking aan consumenten”

Op 27 januari 2015 is de tweede druk verschenen van “Kredietverstrekking aan Consumenten” (Kluwer) van Finnius advocaat Jonneke van Poelgeest. Het boek, verschenen als onderdeel van de Kluwer-serie Recht en Praktijk Financieel Recht, geeft een overzicht van regelgeving die relevant is voor partijen die werkzaam zijn op of te maken hebben met de markt met betrekking tot kredietverstrekking. Hierbij komen verschillende aspecten aan de orde zoals markttoetreding, overkreditering en zorgplicht. Kredietverstrekking aan Consumenten is onder andere boek Jonneke 2e druk hier verkrijgbaar.

AFM pleit voor doorlopend toezicht op aanbieders van beleggingsobligaties

De AFM heeft op 18 februari bekend gemaakt dat zij heeft gepleit voor aanpassing van de wet om aanbieders van beleggingsobligaties onder doorlopend toezicht te brengen. Het ministerie van Financiën  is bezig met de voorbereidingen op een wetswijziging. (link naar persbericht)

De AFM acht extra bescherming voor beleggers in beleggingsobligaties wenselijk. De AFM denkt nu te weinig grip te hebben op aanbieders van beleggingsobligaties, omdat veel aanbieders gebruikmaken van vrijstellingen en uitzonderingen op de prospectusplicht en niet onder haar doorlopend toezicht staan. De AFM heeft eerder een verkennend onderzoek gedaan naar de veiligheid van beleggingsobligaties, de transparantie over risico’s en het gebruik van uitzonderingen en vrijstellingen. Toen werd volgens de AFM duidelijk “dat het grootste deel van de onderzochte beleggingsobligaties ‘onwenselijk’ is wegens het hoge risico en de vaak tegenvallende opbrengst”.

Een en ander werd al aangekaart in de wetgevingsbrieven van DNB (link) en AFM (link) aan de minister uit juli 2014  en kon men daaropvolgend terugvinden in de wetgevingsbrief van de minister zelf (link).

Consultatieronde Prospectusrichtlijn van start gegaan

De Europese Commissie startte op 18 februari een consultatie over de Prospectusrichtlijn. (link naar consultatie) De Commissie is overgegaan tot deze consultatie om een beeld te kunnen vormen over het huidige functioneren van zowel de richtlijn als de daarmee gepaard gaande implementatie in nationale wetgeving. De Commissie stelt zich ten doel  “het voor ondernemingen (waaronder kleine en middelgrote ondernemingen) gemakkelijker te maken overal in de EU kapitaal aan te trekken en tegelijk voor effectieve bescherming van de investeerders te zorgen. […] Bij de raadpleging zal onder meer gekeken worden naar manieren om de informatie in prospectussen te vereenvoudigen en onderzocht worden wanneer een prospectus noodzakelijk is en wanneer niet en hoe het goedkeuringsproces te stroomlijnen.” (link naar persbericht Commissie)

Finnius is de consultatie op dit moment nader aan het bestuderen en zal vervolgens de cliënten voor wie de consultatie relevant is benaderen.

Client Choice Award 2015 voor Rosemarijn Labeur

Op 26 februari is bekend gemaakt dat Rosemarijn Labeur één van de winaars is van de 2015 editie van de Client Choice awards in de categorie Banking.  De Client Choice Awards is een door Lexology en ILO uitgereikte internationale prijs voor juridische dienstverlening op het niveau van senior corporate counsel. De prijs erkent diegene die zich hebben onderscheiden door uitstekende dienstverlening aan hun zakelijke clientèle. De toekenning vindt plaats op basis van beoordelingen van cliënten. Meer informatie over de Client Choice Awards 2015 vindt u hier.

1 JANUARI 2011 – AMSTERDAM

Nieuwe beleidsregel DNB en AFM inzake deskundigheid van kracht. Zie hier voor de beleidsregel.

JANUARI 2013 – AMSTERDAM

er 1 januari 2013 is met een wijziging van het Besluit gedragstoezicht Wft het provisieverbod in werking getreden. Zie voor meer informatie de website van de AFM.

Finnius Vooruitblik 2015

Wetgeving financiële markten: wat verandert er in 2015? Welke nieuwe regelgeving treedt in 2015 in werking? Wat betekenen deze ontwikkelingen voor spelers op de financiële markt? U kunt het allemaal lezen in de Finnius Vooruitblik 2015 (link naar pdf).

Antwoorden op Kamervragen over de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen (Wbfo)

De minister van Financiën heeft deze maand zijn antwoorden aan de Eerste Kamer gestuurd op een aantal kritische vragen van de Eerste Kamer over de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen (Wbfo). Klik hier voor de nadere memorie van antwoord. De minister wijst nogmaals op de perverse prikkels die van een variabele beloning van een half jaar salaris (50%) zouden uitgaan en motiveert daarmee de keuze in Nederland voor de begrenzing van de maximale variabele beloning tot 20% van de vaste beloning (de zogenoemde 20%-bonuscap). Naar aanleiding van vragen over het gelijke speelveld in Europa, laat de minister weten dat een gelijk speelveld op dit moment niet haalbaar is, gelet op de grote verschillen tussen de lidstaten met betrekking tot het beloningsbeleid en in het bijzonder het bonusplafond. Nederland maakt gebruik van de aan de lidstaten geboden optie om nationaal een strenger plafond vast te stellen. In antwoord op vragen over eventuele negatieve gevolgen van de Wbfo voor het vestigingsklimaat en het concurrentievermogen van Nederland, stelt de minister dat, gelet op onder meer het gelaagd bonusplafond (wat rekening houdt met de internationale verschillen) en de uitzonderingen op het bonusplafond voor specifieke financiële ondernemingen, er geen sprake is van een reëel risico van verlies van hoogwaardige werkgelegenheid en er daarom ook geen negatieve primaire of secundaire effecten voor de Nederlandse economie worden verwacht. Tot slot legt de minister uit dat bijkantoren van banken met zetel in de EER zijn uitgezonderd van het bonusplafond (en bijkantoren van buitenlandse verzekeraars niet), omdat het niet mogelijk is die banken een bonusplafond op te leggen nu op grond van de richtlijn kapitaalvereisten banken met zetel in de EER reeds verplicht zijn een bonusplafond toe te passen, ook op hun bijkantoren. De Wbfo treedt naar alle waarschijnlijkheid in de loop van 2015 in werking.

Publicatie eindverslag Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen (Wbfo)

De Eerste Kamercommissie voor Financiën heeft op 20 januari 2015 het eindverslag met betrekking tot de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen (Wbfo) uitgebracht. De commissie geeft daarin te kennen dat zij de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid acht. Het wetsvoorstel wordt op 27 januari 2015 als hamerstuk afgedaan, wat betekent dat de Wbfo zonder stemming zal worden aanvaard en er in principe geen debat meer mag worden gehouden. Uit een korte aantekening van de commissie blijkt verder dat zij het voornemen uitspreekt om na het zomerreces 2015 de minister van Financiën uit te nodigen voor een mondeling overleg over enkele aspecten rond dit wetsvoorstel. De reden daarvoor is om de vinger aan de pols houden met betrekking tot de effecten van de Wbfo en de ontwikkelingen op Europees vlak. Dit betekent niet dat het wetsvoorstel pas na het zomerreces in werking zal treden. De wet kan in principe al een maand of twee maanden na de aanvaarding daarvan in werking treden.

Astrid Schouten één van de winnaars Facultaire Scriptieprijs Leiden

Op 23 januari heeft Astrid Schouten de derde prijs gewonnen bij de uitreiking van de Facultaire Scriptieprijs van de rechtenfaculteit in Leiden. Astrid won deze prijs voor haar scriptie uit 2014 “Segregatie en portabiliteit: is de redding van een zinkend schip nabij?” (link) die ging over over de bescherming van beleggers in over-the-counter (OTC) derivaten tegen het faillissement van een tussenpersoon. Meer specifiek zag het onderzoek in de scriptie op de vraag of de regels op het gebied van segregatie en portabiliteit in EMIR een adequaat beschermingsmechanisme bieden aan de OTC-derivatenbelegger in het geval van faillissement van zijn tussenpersoon en hoe deze regels in het Nederlandse faillissementsrecht kunnen worden ingepast.

Astrid is sinds augustus 2014 als advocaat werkzaam bij Finnius, daarvoor werkte ze al anderhalf jaar bij Finnius als juridisch medewerker.

Publicatie van PRIIP’s verordening

In het publicatieblad van de Europese Unie van 9 december 2014 is de PRIIP’s verordening (nr. 1286/2014) gepubliceerd. De PRIIP’s verordening ziet op de regulering van vorm, inhoud en verstrekking van een informatiedocument (essentiële informatiedocument) bij retailbeleggingen in diverse beleggingsproducten. De PRIIP’s verordening is met ingang van 31 december 2016 van toepassing.

Ontwikkelingen Crowdfunding

Crowdfunding is een moderne financiële dienst, die sterk in ontwikkeling is. Het huidige Europese en nationale toezichtskader kent geen regulering specifiek met betrekking tot crowdfunding. Daardoor ondervindt enerzijds de sector belemmeringen vanwege diverse juridische knelpunten en kan anderzijds de (nationale) toezichthouder haar taak niet optimaal vervullen. Het onderwerp krijgt zowel op Europees als nationaal niveau volle aandacht.

Op 19 december 2014 heeft de AFM het rapport ‘Crowdfunding – Naar een duurzame sector. Onderzoek naar (toezicht op) de crowdfundingsector’ gepubliceerd. In dit rapport heeft de AFM het huidige toezichtregime nader bekeken en mogelijke knelpunten geïdentificeerd en enkele suggesties gedaan om deze knelpunten te adresseren.

Op Europees niveau heeft het European Crowdfunding Network (ECN) in december 2014 het rapport ‘Review of crowdfunding regulation. Interpretations of existing regulation concerning crowdfunding in Europe, North America and Israel’ gepubliceerd. In dit rapport wordt specifieke (al dan niet toekomstige) nationale regelgeving op het gebied van crowdfunding binnen Europa en enkele landen daarbuiten beschreven.

Op 18 december 2014 heeft ESMA een advies en een opinie gepubliceerd over investment-based crowdfunding. In de opinie beschrijft ESMA hoe de bestaande EU-wetgeving zich verhoudt tot crowdfunding platforms en beoogt ESMA nationale toezichthouders een leidraad te bieden voor het reguleren van crowdfunding platforms. In het advies benadrukt ESMA haar zorgen over crowdfunding platforms die hun platform op een dusdanige wijze structureren dat de huidige regelgeving wordt omzeild.

Start van Europees bankentoezicht

Op 4 november is een grote stap in de vorming van de Bankenunie gezet. Vanaf die datum is er sprake van een gemeenschappelijke Europese toezicht op de 120 belangrijkste banken uit het eurogebied door de Europese Centrale Bank (ECB). DNB blijft een rol houden bij dit toezicht, maar het machtswoord heeft zij niet meer voor wat betreft deze banken.
<h6><b>Finnius verwelkomt Rosemarijn Labeur en Pien Kerckhaert – OKTOBER 2014</b></h6>
Het team van Finnius wordt versterkt met de komst van Rosemarijn Labeur en Pien Kerckhaert.

Rosemarijn adviseert nationale en internationale marktpartijen over de impact van toezichtregels op hun business. Dat betreft zowel vraagstukken van markttoetreding als van doorlopende compliance. Advisering vloeit vaak voort uit nieuwe regelgeving op Europees niveau, zoals recentelijk de AIFMD, de herziening van de MiFID en de Hypothekenrichtlijn. Daarnaast heeft Rosemarijn veel ervaring met puur Nederlandse toezichtsthema’ s, waaronder het provisieverbod, de aandacht voorhet thema ‘Klantbelang Centraal’ en de aanstaande Nederlandse beperkingen van beloningen in de financiële sector. Rosemarijn was bijna 10 jaar werkzaam als advocaat bij NautaDutilh, meest recent als counsel. Rosemarijn sluit zich per 1 oktober aan bij Finnius als partner.

Ook Pien maakt per 1 oktober de overstap naar Finnius. Pien heeft ruime expertise op het gebied van het financieel toezichtrecht. Ze beschikt over diepgaande kennis van en ervaring met het toezicht op verzekeraars, zoals de eisen voortvloeiend uit Solvency I en Solvency II. Ook heeft zij veel ervaring met de regelgeving voor  banken, beleggingsondernemingen (MiFID) en financiële dienstverlening.  Van 2004 tot 2010 werkte Pien als advocaat bij NautaDutilh. Van 2010 tot september 2014 werkte zij als senior jurist bij ING Insurance/Investment Management (thans NN Group).

Finnius verwelkomt Rosemarijn Labeur en Pien Kerckhaert

Het team van Finnius wordt versterkt met de komst van Rosemarijn Labeur en Pien Kerckhaert.

Rosemarijn buiten (533x800)Rosemarijn adviseert nationale en internationale marktpartijen over de impact van toezichtregels op hun business. Dat betreft zowel vraagstukken van markttoetreding als van doorlopende compliance. Advisering vloeit vaak voort uit nieuwe regelgeving op Europees niveau, zoals recentelijk de AIFMD, de herziening van de MiFID en de Hypothekenrichtlijn. Daarnaast heeft Rosemarijn veel ervaring met puur Nederlandse toezichtsthema’ s, waaronder het provisieverbod, de aandacht voorhet thema ‘Klantbelang Centraal’ en de aanstaande Nederlandse beperkingen van beloningen in de financiële sector. Rosemarijn was bijna 10 jaar werkzaam als advocaat bij NautaDutilh, meest recent als counsel. Rosemarijn sluit zich per 1 oktober aan bij Finnius als partner.

Pien buiten (533x800)Ook Pien maakt per 1 oktober de overstap naar Finnius. Pien heeft ruime expertise op het gebied van het financieel toezichtrecht. Ze beschikt over diepgaande kennis van en ervaring met het toezicht op verzekeraars, zoals de eisen voortvloeiend uit Solvency I en Solvency II. Ook heeft zij veel ervaring met de regelgeving voor  banken, beleggingsondernemingen (MiFID) en financiële dienstverlening.  Van 2004 tot 2010 werkte Pien als advocaat bij NautaDutilh. Van 2010 tot september 2014 werkte zij als senior jurist bij ING Insurance/Investment Management (thans NN Group).

Interpretatie AFM voorinschrijving op effecten

Volgens een interpretatie van de AFM, gepubliceerd op 25 juli jl., valt een voorinschrijving op effecten, in de aanloop van het aanbieden van effecten door middel van een goedgekeurd prospectus, onder het verbod effecten aan te bieden zonder een goedgekeurd prospectus. Daarmee zou het doen van een aanbod, zoals bij de veilingfusie of bookbuilding, niet meer zijn toegestaan alvorens het prospectus door de AFM of een andere bevoegde toezichthouder is goedgekeurd.

Consultatie Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen

De Minister van Financiën is op 26 november jl. gestart met een internetconsultatie van de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen. Het streven is deze wet op 1 januari 2015 in werking te laten treden. Belangrijk is onder meer de introductie van een wettelijk bonusplafond van 20% van de vaste beloning voor alle medewerkers in de Nederlandse financiële sector. De consultatie sluit op 31 december 2013.

Consultatie crowdfunding Europese Commissie

De Europese Commissie is op 3 oktober jl. gestart met een consultatie over crowdfunding. Belanghebbenden kunnen tot 31 december 2013 hun visie daarover bekend maken. Doel van de consultatie is het verzamelen van gegevens over de behoeften van marktpartijen en onderzoeken of EU-maatregelen op het gebied van crowdfunding een toegevoegde waarde zouden hebben.

Nieuwe vakbekwaamheidseisen per 1 januari 2014

Per 1 januari 2014 gelden er nieuwe vakbekwaamheidseisen voor financiële dienstverleners. Alle medewerkers die zich bezighouden met het verlenen van financiële diensten aan klanten dienen vakbekwaam te zijn. Voor adviseurs gaat een diplomaplicht gelden. Voor andere klantmedewerkers dient de noodzakelijke vakbekwaamheid via de bedrijfsvoering te worden gerealiseerd.