Beloningen voor beleggingsondernemingen: Dat zoeken we ‘even’ op

Beloningen voor beleggingsondernemingen: Dat zoeken we ‘even’ op

De beloningregels voor beleggingsondernemingen zijn nogal versnipperd. Meerdere regelingen moeten naast elkaar moeten worden gehouden voor een compleet beeld. Helemaal nu diverse wijzigingen (eindelijk) van kracht lijken te worden. Hieronder volgt een kort overzicht van de diverse regelingen, of en wanneer deze worden gewijzigd, en wat beleggingsondernemingen nog meer te wachten staat. In deze blog treft u geen samenvatting van alle beloningsregels, maar wel waar u de regels kan vinden. En dat is al heel wat in dit geval.

 

  1. Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen

 

Ten eerste hebben we de zogenoemde Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen (Wbfo). De Wbfo trad in 2015 in werking en is opgenomen in de Wet op het financieel toezicht (Wft) (artikelen 1:111 tot en met 1:129 Wft). De Wbfo geldt voor alle soorten financiële ondernemingen, dus ook voor beleggingsondernemingen.

De Wbfo verplicht financiële ondernemingen tot het voeren van een beheerst beloningsbeleid en legt hoge variabele beloningen aan banden. Zo bevat de Wbfo een maximering van de variabele beloning op 20% van de vaste beloning van een medewerker op jaarbasis (de welbekende bonuscap). Uitzonderingen hierop zijn mogelijk, bijvoorbeeld voor niet CAO-personeel of voor personen die in hoofdzaak werkzaamheden uitoefenen in een andere (lid)staat.

Al enige tijd is een wijziging van de Wft (de Wbfo) met nadere regels met betrekking tot het beloningsbeleid van financiële ondernemingen (Wet nadere beloningsmaatregelen financiële ondernemingen (Wnbfo)) aanhangig in de Tweede Kamer. Voorgesteld wordt om een wettelijke retentieperiode van 5 jaar te introduceren voor (onder meer) aandelen en opties als deze onderdeel zijn van de vaste beloning. De reden voor dit voorstel is de ongewenste prikkel die uitgaat van aandelen en dergelijke indien deze zijn gekoppeld aan koersstijgingen op de korte termijn. Daarnaast bevat de Wnbfo het voorstel om de mogelijkheid om af te wijken van de bonuscap voor niet-CAO personeel te beperken. Uit een evaluatie bleek namelijk dat van deze mogelijkheid te vaak gebruik werd gemaakt in de ogen van de wetgever.

De beoogde datum waarop de Wnbfo in werking zou treden was 1 juli 2021. Deze datum is niet gehaald. Wanneer het wetsvoorstel nu wel door de Tweede Kamer wordt behandeld, is niet duidelijk. Begin dit jaar is het wetsvoorstel ‘niet-controversieel’ verklaard, wat betekent dat het demissionaire kabinet gewoon door kan gaan met de invoering. Aan de huidige politieke impasse zou het dus niet moeten liggen.

 

  1. MiFID, CRD, CRR, IFD en IFR

 

In aanvulling op de Wbfo zijn Europese richtlijnen relevant. De richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten (MiFID II) [1] kent een paar algemene beloningregels die van toepassing zijn op alle beleggingsondernemingen. De gewijzigde Europese kapitaalrichtlijn (CRD)[2] en de Europese kapitaalverordening (CRR)[3] bevatten meer concrete beloningregels voor banken en bepaalde beleggingsondernemingen. Deze regels zijn geïmplementeerd bij de totstandkoming van de Wbfo en in de Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2017 (Rbb 2017) van De Nederlandsche Bank N.V. (DNB).

Sinds kort geldt ook een ander, nieuw Europees prudentieel raamwerk voor beleggingsondernemingen, de Investment Firm Directive (IFD)[4] en Investment Firm Regulation (IFR)[5]. Dit nieuwe raamwerk maakt onderscheidt tussen drie categorieën beleggingsonderneming; class 1, class 2 en class 3. Class 1 beleggingsondernemingen, ook wel aangeduid als systeemrelevante beleggingsondernemingen, worden onder IFD en IFR aangemerkt als banken en blijven onder CRD en CRR vallen. Class 3 beleggingsondernemingen voldoen aan specifieke criteria in IFD. Het gaat hier om kleine, niet verweven beleggingsondernemingen. Class 2 beleggingsondernemingen zijn beleggingsondernemingen die niet voldoen aan de criteria voor class 1 en class 3.

IFD bevat een nieuwe set aan beloningregels voor beleggingsondernemingen en dan met name voor class 2 beleggingsondernemingen; class 1 beleggingsondernemingen zijn uitgezonderd voor zover zij niet onder groepstoezicht staan, wel geldt daarvoor nog altijd MiFID II. De beloningregels in IFD komen grotendeels overeen met de beloningregels in CRD, maar zijn in beginsel iets minder streng; beleggingsondernemingen waarop de IFD van toepassing is kunnen ten aanzien van de beloningregels proportionaliteit toepassen en de bonuscap is afwezig. Echter, zoals we ook al eerder signaleerden (link en link), introduceert de Implementatiewet richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen geen uitzondering op de bonuscap voor deze categorieën beleggingsondernemingen. De hoofdregel van een bonuscap van 20% zal dus blijven gelden, ook voor de IFD beleggingsondernemingen.

De nieuwe beloningregels in IFD worden geïmplementeerd in artikel 1:117 en artikel 1:121 Wft en in de nieuwe Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2021 (Rbb 2021) (zie hierna). Hierop is het nog even wachten. De termijn voor implementatie van IFD van 26 juni 2021 door de Implementatiewet richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen is niet gehaald. In de zomer vroegen wij ons af wat de timing is (link). Er lijkt nu wel schot in de zaak. Op 14 september jl. werd bekend dat het wetsvoorstel op 28 september a.s. wordt afgedaan als hamerstuk en binnenkort van kracht wordt. Als het goed is hoeven we dus niet lang meer te wachten op deze nieuwe set aan (beloning)regels.

 

  1. Rbb 2021

 

De nieuwe beloningregels in IFD worden dus geïmplementeerd in artikel 1:117 en artikel 1:121 Wft en in de nieuwe Rbb 2021. De Rbb 2021 is opgesteld door de DNB én de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en geldt als opvolger van de Rbb 2017. De Rbb 2021 kent een nieuwe bijlage (B) voor beleggingsondernemingen die vallen onder de reikwijdte van IFD. Het gaat hier dus in beginsel om class 2 beleggingsondernemingen die niet als bank in de zin van CRR zijn aangemerkt, maar ook niet zijn uitgezonderd vanwege een beperkte omvang. Bijlage (A) geldt voor banken en systeemrelevante class 1 beleggingsondernemingen die vallen onder CRR. Er is een bepaalde mate van overlap tussen de beloningregels in bijlage (A) en de nieuwe bijlage (B), gelijk aan de overlap tussen CRD en IFD. Zo geldt in zowel bijlage (A) als bijlage (B) dat 40% van de variabele beloningen moeten worden uitgesteld over een periode van 3 tot 5 jaar.

Dat de implementatietermijn voor de implementatie van IFD niet is gehaald heeft ook gevolgen voor de nieuwe beloningregels. De Rbb 2021 treedt pas in werking nadat de Implementatiewet richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen is aangenomen. Dit lijkt dus op zeer korte termijn (eindelijk) het geval.

Zodra de Rbb 2021 in werking treedt, dienen alle beleggingsondernemingen daaraan te voldoen. De IFD kent geen overgangsrecht. Dit heeft tot gevolg dat beloningen die worden uitgekeerd in het jaar waarin de nieuwe Rbb 2021 is gaan gelden ook aan de gewijzigde beloningsregels moeten voldoen. DNB en de AFM noemen als voorbeeld een prestatiebonus die in het voorjaar van 2022 wordt toegekend over het prestatiejaar 2021. In dit geval zijn de regels uit de Rbb 2021 van toepassing.

 

  1. ESMA en EBA Richtsnoeren

 

Tot slot moet rekening worden gehouden met richtsnoeren van de Europese toezichthoudende autoriteiten, waaronder de European Securities and Markets Authority (ESMA) en de European Banking Authority (EBA).

Op 19 juli jl. kondigde ESMA de consultatie aan van de ‘Guidelines on certain aspects of the MiFID II remuneration requirements’. Deze richtsnoeren vervangen de in 2013 door ESMA gepubliceerde ‘Guidelines on remuneration policies and practices (MiFID)’. De richstnoeren van ESMA gelden voor alle beleggingsondernemingen (en bepaalde andere partijen die beleggingsdiensten verlenen). Ze vormen voornamelijk een invulling van de MiFID II vereisten inzake belangenconflicten en ondernemingsgedrag op het gebied van beloning.

Daarnaast heeft de EBA onlangs aangepaste ‘Guidelines on sound remuneration policy’ gepubliceerd. Deze richtsnoeren gelden voor banken, maar nu ook voor systeemrelevante class 1 beleggingsondernemingen die als banken moeten worden gezien. De richtsnoeren worden op 31 december 2021 van kracht.

Tot slot staat in IFD de opdracht aan EBA om, in overleg met ESMA, richtsnoeren te verstrekken betreffende de toepassing van degelijk beloningsbeleid. Deze richtsnoeren zouden dan gelden voor de beleggingsondernemingen waarop de beloningsregels in IFD van toepassing zijn (met name class 2 beleggingsondernemingen).

Het lijkt er dus op dat beleggingsondernemingen straks rekening moeten houden met een set aan richtsnoeren. Voor systeemrelevante class 1 beleggingsonderneming gelden dan de ESMA en de EBA guidelines betreffende een beheerst beloningsbeleid en voor andere beleggingsondernemingen de ESMA en de nieuwe EBA richtsnoeren.

Volgt u het nog? Hopelijk helpt deze blog. Of het schematische overzicht van de toepasselijke beloningregels hierna. Bij vragen kunt ons altijd bellen, wij helpen u graag met verder zoeken.

 

[1] Richtlijn (EU) 2014/65.

[2] Richtlijn (EU) 2013/36.

[3] Verordening (EU) 2013/575.

[4] Richtlijn (EU) 2019/2034.

[5] Verordening (EU) 2019/2033.