Consultatie Wijzigingswet financiële markten 2022 – eindelijk: een afgescheiden vermogen voor cliëntgelden     

Consultatie Wijzigingswet financiële markten 2022 – eindelijk: een afgescheiden vermogen voor cliëntgelden     

Op 6 november 2020 heeft de Minister van Financiën de Wijzigingswet Financiële Markten 2022 ter consultatie voorgelegd. Dit wetsvoorstel bevat enkele ingrijpende wijzigingen van de Wft.

Kwaliteitsrekening cliëntgelden

Dit wetsvoorstel wijzigt de Wft onder andere om te voorzien in de mogelijkheid voor beleggingsondernemingen, betaalinstellingen, elektronischgeldinstellingen (EGI’s) en afwikkelondernemingen om gebruik te maken van een geldrekening met afgescheiden vermogen. Dit leidt tot een voor de praktijk zeer relevante systeemwijziging: de relevante ondernemingen hebben niet langer een stichting derdengelden / bewaarinstelling nodig om gelden van cliënten die zij onder zich houden van hun vermogen te scheiden.

Het wetsvoorstel voorziet erin dat de rekening met het afgescheiden vermogen op naam van de financiële ondernemingen staat (de rekeninghouder), waarbij uit de tenaamstelling van de rekening blijkt dat deze door de rekeninghouder wordt gehouden in eigen naam ten behoeve van één of meer derden (zoals klanten), met vermelding van de hoedanigheid van de rekeninghouder (een “inzake”-rekening). De geldmiddelen op deze rekening vormen dan van rechtswege een afgescheiden vermogen dat uitsluitend dient tot voldoening van (i) vorderingen van derden voor wie geldmiddelen op de rekening met afgescheiden vermogen zijn gestort en (ii) de bank waar de rekening met afgescheiden vermogen wordt aangehouden, voor zover het gaat om vorderingen die verband houden met het beheer van de rekening (de belanghebbenden) en voor zover die vorderingen verband houden met het toevertrouwen van de geldmiddelen aan de rekeninghouder. De in het wetsvoorstel opgenomen verhaalsexclusiviteit brengt mee dat een curator in geval van faillissement van de financiële onderneming medewerking moet verlenen aan de positie van belanghebbenden op het afgescheiden vermogen. De overige schuldeisers van de financiële onderneming kunnen zich niet op het saldo van de rekening met het afgescheiden vermogen verhalen.

Dit wetsvoorstel geeft gehoor aan de wens van zowel de praktijk, als van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) om een wettelijke kwaliteitsrekening in te voeren. Een reden hiervoor is dat de stichting derdengelden – een veelgebruikte vorm van vermogensscheiding door Nederlandse financiële ondernemingen – een in het buitenland nagenoeg onbekend fenomeen is. Dit gegeven bemoeilijkt de afwikkeling van grensoverschrijdende transacties. Daarnaast maakt dit voorstel totale vermogensscheiding voor o.a. beleggingsondernemingen en betaalinstellingen juridisch en operationeel een stuk eenvoudiger. De relevantie voor de praktijk hiervan is zeer groot.

 

Overige wijzigingen

Verder bevat het wetsvoorstel nog een aantal andere belangrijke wijzigingen:

 

  • Een wijziging van de Wet bekostiging financieel toezicht 2019, die het mogelijk maakt voor DNB en de AFM om binnen de bekostigingssystematiek van het toezicht een reserve aan te houden ten behoeve van incidentele kosten.

 

  • De introductie van de verplichte accountantscontrole op financiële staten van betaalinstellingen en EGI’s. DNB heeft in voorgaande jaren gemerkt dat de financiële gegevens in financiële staten van voorgenoemde instellingen niet altijd betrouwbaar waren. Een verplichte accountantscontrole moet de betrouwbaarheid vergroten.

 

  • Het openstellen van het AIFMD light regime voor kleine buitenlandse beheerders van beleggingsinstellingen uit een andere lidstaat die rechten van deelneming aan professionele beleggers aanbieden. Het aanbieden van rechten van deelneming aan niet-professionele beleggers binnen het light regime zal daarentegen niet mogelijk worden voor buitenlandse beheerders.

 

  • Een regeling voor het beheren van icbe’s met zetel in Nederland door beheerders met zetel in een andere lidstaat. Hiervoor dient de beheerder toestemming te hebben van de AFM en in het bezit te zijn van een vergunning (van de lidstaat van herkomst) voor het beheer van het desbetreffende type icbe.

 

  • De rechtstreekse deponering van de vastgestelde jaarrekening (en aanverwante stukken) door uitgevende instellingen (waarvan effecten zijn toegelaten tot een gereglementeerde markt en waarvan Nederland lidstaat van herkomst is) bij het handelsregister. De verplichting om de vastgestelde jaarrekening naar de AFM te sturen komt hiermee te vervallen.

 

Marktpartijen hebben tot 18 december 2020 om te reageren op de consultatie.