De strijd der titanen: anti-witwasregelgeving versus privacy (stand van zaken)

De strijd der titanen: anti-witwasregelgeving versus privacy (stand van zaken)

De herziening van anti-witwasregelgeving houdt de gemoederen op zowel nationaal als Europees niveau al geruime tijd bezig. Door de nationale wetgever is op 21 oktober 2022 het wetsvoorstel Wet plan van aanpak witwassen ingediend. Zoals in een eerdere blog over dit wetsvoorstel uiteen is gezet, beoogt het wetsvoorstel op enige punten de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (“Wwft”) te wijzigen. [1] Op Europees niveau zit de anti-witwasverordening (Anti-Money Laundering Regulation, AMLR”) ook al enige tijd in de wetgevingsmolen. In deze Finnius Vindt wordt ingegaan op de huidige stand van zaken rondom beide wetsvoorstellen.

Wet plan van aanpak witwassen en de AP

De wetgevingsprocedure met betrekking tot de Wet plan van aanpak witwassen gaat tot op heden niet zonder slag of stoot. Zowel de Raad van State als de Autoriteit Persoonsgegevens (“AP”) heeft zich tussen de publieke consultatie van eind 2019 en de indiening van het wetsvoorstel zeer kritisch uitgelaten over de voorgestelde wijzigingen. Kortgezegd omvatte dit met name kritiek over de noodzaak en effectiviteit van de voorgestelde deling van transacties tussen Wwft-instellingen. Naar aanleiding van deze adviezen zijn enige wijzigingen doorgevoerd in het wetsvoorstel zoals uiteindelijk ingediend in oktober 2022.

Over de geleverde kritiek is volgens de AP het laatste woord echter nog niet gesproken. Op 26 januari 2023 heeft een rondetafelgesprek plaatsgevonden over de Wet van plan van aanpak witwassen. Uit de schriftelijke inbreng van de AP voor dit rondetafelgesprek blijkt dat de AP, ondanks de tussentijds doorgevoerde verbeteringen, nog steeds erg kritisch is over het wetsvoorstel. De bezwaren voortkomend uit haar advies van 10 maart 2020 blijven overeind, aldus de AP. De voorgestelde Wet plan van aanpak witwassen zou – tenminste op onderdelen – niet noodzakelijk zijn en in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Het wetsvoorstel overschrijdt volgens de AP een drempel van “ongedifferentieerde massasurveillance” door private partijen en creëert een centraal bancair sleepnet. In het rondetafelgesprek noemt de AP (onderdelen van) het wetsvoorstel bovendien “irreparabel” en geeft zij aan mogelijk te zullen handhaven als preventief toezichthouder en de wet buiten toepassing te laten. Als vervolg hierop heeft op 7 maart 2023 een aanvullend gesprek plaatsgevonden tussen de Ministeries van Justitie en Veiligheid en Financiën enerzijds en de AP anderzijds, waarin is gesteld dat er behoefte is aan nieuw advies van de AP op het wetsvoorstel. Hierover zijn per brief van 17 april 2023 vragen aan de AP gesteld. De vragen van de Ministeries richtten zich op (i) de onrechtmatigheid van het wetsvoorstel, (ii) de bezwaren en zorgen van de AP, (iii) de uitlatingen van de AP dat het wetsvoorstel (op delen) irreparabel zou zijn en (iv) handhaving door de AP.

Op 14 juli 2023 heeft de AP op deze vragen gereageerd. Vooropgesteld wordt dat er in beginsel geen andere argumentatie vanuit de AP wordt geleverd dan hetgeen reeds aan bod is gekomen in het initiële advies en de latere schriftelijke inbreng voor het rondetafelgesprek. In haar brief benadrukt de AP dat de wetgever zijn uiterste best moet doen om te voorkomen dat met hoger recht strijdige wetgeving wordt vastgesteld. Daarnaast haalt de AP aan dat er een verplichting rust op de nationale rechter en alle overheidsorganen, inclusief bestuursorganen, om nationale wetgeving die in strijd is met het Unierecht buiten toepassing te laten. Ook handhaving kan hier volgens de AP aan de orde komen:

Uit oogpunt van rechtszekerheid kan de toezichthouder de betrokken ondernemingen geen sancties opleggen voor gedragingen in het verleden die door de nationale wetgeving waren voorgeschreven. Gedragingen die plaatsvinden nadat de beslissing om de nationale wetgeving buiten toepassing te laten definitief is geworden, kunnen echter gewoon worden gesanctioneerd.

Voor nu is het afwachten hoe de wetgever zal reageren op de brief van de AP. Naar verwachting zal enige verdere voortgang voorlopig uitblijven, aangezien het wetsvoorstel op 6 september controversieel is verklaard. Het wordt interessant te bezien welke onderdelen (if any) van de Wet plan van aanpak witwassen het uiteindelijk daadwerkelijk tot in de Wwft zullen schoppen.

Europees niveau – Waar staan we?

Interessant genoeg lijkt een soortgelijke discussie op Europees niveau gevoerd te worden. Op 15 mei 2023 heeft de European Data Protection Board (“EDPB”) zich per brief uitgelaten over de voorgestelde verordening naar aanleiding van het onderhandelingsstandpunt van de Raad zoals gepubliceerd op 5 december 2022. In dit onderhandelingsstandpunt introduceert de Raad een set bepalingen die (onder de verordening vallende) instellingen toelaat om informatie te delen met betrekking tot verdachte transacties die (zullen) worden of zijn gemeld aan de relevante Financial Intelligence Unit. Ook zouden dergelijke instellingen onder deze bepalingen informatie met elkaar mogen delen met betrekking tot de uitvoering van hun cliëntenonderzoek. Tot slot introduceert de Raad in het onderhandelingsstandpunt bepalingen die toestaan dat instellingen persoonlijke data met elkaar delen die is verzameld in de uitvoering van cliëntenonderzoek, mits deze data abnormaliteiten of ongebruikelijke omstandigheden bevat die kunnen wijzen op witwassen of terrorismefinanciering.

De door de Raad voorgestelde toevoegingen baren de EDPB zorgen. In voorgenoemde brief aan het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie uit de EDPB haar bezwaren en zorgen rondom de rechtmatigheid, noodzakelijkheid en proportionaliteit van de door de Raad voorgestelde toevoegingen. Hierbij sluit de EDPB af met het verzoek aan de Europese (co-)wetgever om de desbetreffende bepalingen niet op te nemen in de finale tekst van de AMLR.

De strijd is nog niet gestreden

Al met al lijkt de strijd tussen de privacytoezichthouder en wetgever op zowel nationaal als Europees niveau nog niet gestreden. Wie er uiteindelijk als winnaar uit de bus zal komen, valt nog te bezien. Tot die tijd houdt Finnius de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten en zijn we graag beschikbaar indien u vragen heeft over uw huidige of toekomstige Wwft-verplichtingen.

[1] Deze Finnius Vindt blog lees je hier.