MiCA is in aantocht: actie vereist voor (bestaande) cryptoactivadienstverleners

MiCA is in aantocht: actie vereist voor (bestaande) cryptoactivadienstverleners

De Europese verordening betreffende cryptoactivamarkten (MiCA) is op 29 juni van dit jaar in werking getreden. MiCA zal het toezichtrechtelijke speelveld voor aanbieders van cryptoactiva en cryptoactivadienstverleners (hierna: cryptodienstverleners) binnen Europa in twee fasen in 2024 ingrijpend gaan veranderen. Voor cryptodienstverleners zullen vanaf 30 december 2024 de relevante regels onder MiCA van toepassing worden. Dit lijkt nog enige tijd weg, maar het is raadzaam dat cryptodienstverleners die op dit moment actief zijn in Nederland alvast in actie komen.

Overgangsregeling voor reeds actieve cryptodienstverleners

MiCA voorziet in een overgangsregeling voor de cryptodienstverleners die op dit moment al actief zijn. In Nederland zijn dat cryptodienstverleners die uit hoofde van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) beschikken over een registratie bij De Nederlandsche Bank N.V. (DNB). De overgangsregeling in MiCA hanteert voor deze bestaande cryptodienstverleners als uitgangspunt een overgangstermijn van 18 maanden. Dit komt erop neer dat zij uiterlijk tot 1 juli 2026 hun diensten (waarvoor zij een registratie hebben van DNB) onder MiCA mogen blijven aanbieden zonder daarvoor al over een MiCA-vergunning te beschikken. In deze overgangsregeling is echter een optie opgenomen die individuele lidstaten de bevoegdheid geeft de duur van deze overgangsperiode te beperken. De Nederlandse wetgever lijkt hiervan gebruik te gaan maken en heeft in de consultatie Uitvoeringswet verordening cryptoactiva (Uitvoeringswet) voorgesteld de overgangsperiode te verkorten tot zes maanden.

Als de Uitvoeringswet op dit onderdeel ongewijzigd wordt aangenomen, betekent dit dat bestaande cryptodienstverleners op uiterlijk 30 juni 2025 over een MiCA-vergunning moeten beschikken om daarna de aanbieding van cryptoactivadiensten te kunnen continueren. Wordt deze vergunning niet tijdig verkregen, dan zal een bestaande cryptodienstverlener haar vergunningplichtige activiteiten moeten staken. De Uitvoeringswet is op het moment van het schrijven van deze blog nog niet definitief vastgesteld. Mocht de Nederlandse wetgever de voorgestelde overgangsperiode van zes maanden handhaven bij het definitief vaststellen van de Uitvoeringswet, dan liggen er naar mijn mening enkele timing issues in het verschiet. Niet alleen voor bestaande cryptodienstverleners, maar ook voor de Autoriteit Financiële Markten (AFM), die onder de Uitvoeringswet in Nederland als bevoegde toezichthouder wordt aangewezen voor het verlenen van cryptoactivadiensten en daarmee verantwoordelijk zal zijn voor de verlening van vergunningen aan cryptodienstverleners.

‘Lessons learned’ rondom de implementatie van het registratieregime

Allereerst een klein stapje terug in de tijd naar 2020, het jaar waarin het huidige registratieregime in de Wwft werd geïmplementeerd en van toepassing werd. Voor Nederlandse cryptodienstverleners die op dat moment al actief waren met het aanbieden van zogenaamde wisseldiensten en/of bewaarportemonnees, werd een overgangstermijn van zes maanden geïntroduceerd om binnen die gestelde termijn een registratie van DNB te krijgen. De praktijk heeft uitgewezen dat deze gehanteerde overgangstermijn te kort was. Zo hadden cryptodienstverleners die destijds al in Nederland actief waren relatief kort de tijd om aan alle vereisten onder het registratieregime te voldoen en deze op juiste wijze in hun organisatie te implementeren. Daarnaast is gedurende die overgangsperiode de indruk ontstaan dat DNB alle registratieaanvragen in termen van werkdruk niet goed aankon, waardoor tijdsdruk ontstond om de marktpartijen die aan de registratievereisten voldeden, tijdig van een registratie te voorzien zodat zij hun dienstverlening konden continueren na afloop van de overgangstermijn.

Uit voorgaande kunnen naar mijn mening lessen worden getrokken die de Nederlandse wetgever mee had kunnen nemen in haar keuze om de overgangsregeling voor bestaande cryptodienstverleners onder MiCA te verkorten. Daarbij moet ook in ogenschouw worden genomen dat het vergunningenregime voor cryptodienstverleners onder MiCA omvangrijker zal zijn dan het registratieregime, waardoor de werkdruk bij de AFM mogelijk nog hoger zal worden dan destijds het geval was bij DNB. En dan laat ik gemakshalve nieuwe vergunningaanvragen nog buiten beschouwing, bijvoorbeeld omdat marktpartijen, die voorheen niet onder het registratieregime vielen, nu wel onder het MiCA-regime zullen vallen. MiCA breidt de reikwijdte van de vergunningplichtige cryptoactivadiensten immers aardig uit ten opzichte van het huidige registratieregime. Ook deze marktpartijen willen hun diensten blijven continueren en hebben er alle belang bij zo spoedig mogelijk een vergunningaanvraag bij de AFM in te dienen om tijdig de vergunning verleend te krijgen.

Eerdere indiening vergunningaanvraag mogelijk?

Een andere observatie is dat het tot op heden niet duidelijk is of cryptodienstverleners hun vergunningaanvraag al eerder dan 30 december 2024 bij de AFM kunnen indienen, zodat deze alvast inhoudelijk in behandeling kan worden genomen. Indien voor deze aanpak wordt gekozen, zal dit cryptodienstverleners en de AFM mogelijk iets meer lucht geven. Daarbij merk ik op dat verschillende MiCA-onderdelen op Europees niveau momenteel nog verder worden uitgewerkt in technische reguleringsnormen en richtsnoeren. Hierin worden nog diverse normen verder uitgewerkt die relevant zijn voor cryptodienstverleners, die zij vervolgens moeten betrekken in haar bedrijfsvoering en de uiteindelijke vergunningaanvraag.

Het is de verwachting dat alle technische reguleringsnormen en richtsnoeren pas in de loop van 2024 komen vast te staan. Daarmee komt ook de aanloop naar het vergunningenproces onder zodanige tijdsdruk te staan dat het nog maar de vraag is of, en zo ja, in hoeverre complete vergunningaanvragen in de praktijk (veel) eerder dan 30 december 2024 inhoudelijk door de AFM in behandeling kunnen worden genomen. Op het moment dat een eerdere indiening van de vergunningaanvraag en behandeling ervan niet mogelijk zal blijken, is dit een extra argument voor de Nederlandse wetgever om de voorgestelde overgangsperiode voor bestaande cryptodienstverleners te verlengen tot minimaal één jaar.

Een goede voorbereiding is (meer dan) het halve werk

Gelet op de hierboven beschreven tijdlijnen is het van belang dat cryptodienstverleners nu al de nodige voorbereidingen gaan treffen in aanloop naar de indiening van een MiCA-vergunningaanvraag. Een eerste stap waaraan kan worden gedacht is het in kaart te brengen voor welke cryptoactivadiensten een vergunning vereist zal zijn en welke vergunningvereisten daaraan zijn verbonden. Vervolgens moet door de cryptodienstverlener worden beoordeeld in hoeverre al aan deze vereisten wordt voldaan, maar ook welke consequenties dit heeft voor de bestaande opzet, de  inrichting van de bedrijfsvoering en het tot dusver door haar gehanteerde business model. Op basis daarvan is verdere actie vereist om ervoor te zorgen dat alle noodzakelijke wijzigingen en/of aanpassingen tijdig worden doorgevoerd om straks volledig MiCA-proof te zijn. Dit zal voorlopig niet voor 100% mogelijk zijn omdat nadere technische reguleringsnormen en richtsnoeren nog niet definitief zijn vastgesteld, maar de eerste stappen hiervoor kunnen al zeker worden gezet.

Ook de AFM roept marktpartijen via haar website op om alvast voorbereidingen te treffen en plannen te maken voor een soepele transitie onder MiCA. Dit doet de AFM naar aanleiding van een uitgebracht statement van de European Securities and Markets Authority (ESMA). In dit statement benadrukt ESMA ook dat het van belang is om voorbereidingen te treffen in aanloop naar MiCA, zodat het risico op verstorende aanpassingen van het bedrijfsmodel kunnen worden verminderd. ESMA reikt enkele maatregelen aan die cryptodienstverleners alvast kunnen nemen om een zo soepel mogelijke overgang onder MiCA te realiseren, waaronder:

 

  • tijdige aanpassing van de werkwijze om te kunnen voldoen aan de toekomstige MiCA-vereisten
  • zo spoedig mogelijk de MiCA-vergunningaanvraag indienen
  • zo spoedig mogelijk informeren van de toezichthouder(s) en cliënten over het transitieplan

 

Naast hiervoor genoemde voorbereidingen zullen cryptodienstverleners rekening moeten houden met extra toezichtrechtelijke werkdruk uit hoofde van de Europese verordening betreffende digitale operationele weerbaarheid voor de financiële sector (DORA). DORA wordt van toepassing op 17 januari 2025, vlak na het volledig van toepassing worden van MiCA. DORA is ook op aanbieders van cryptoactivadiensten van toepassing, met als gevolg dat dit juridische raamwerk eveneens actie vereist. Voor zover de vereisten uit DORA al bekend zijn (ook hier vindt nog nadere uitwerking plaats via technische reguleringsnormen en richtsnoeren), is het raadzaam om in actie te komen en deze vereisten alvast zoveel mogelijk te implementeren binnen de organisatie. DORA zal naast MiCA de nodige krachtsinspanningen vergen, waarmee een cryptodienstverlener ook rekening zal moeten houden bij het alloceren van tijd.

Afsluitend

Met MiCA in aantocht en de plannen van de Nederlandse wetgever om de overgangstermijn voor bestaande cryptodienstverleners te beperken tot zes maanden, is het raadzaam dat cryptodienstverleners alvast in actie komen en zich zo goed mogelijk voorbereiden op MiCA. Ik reikte hierboven al enkele stappen aan die kunnen worden gezet. Finnius kan, waar gewenst, bij de uitvoering ervan assisteren.

Tot slot doe ik hierbij een oproep aan de Nederlandse wetgever om de voorgestelde overgangstermijn nog eens kritisch tegen het licht aan te houden. Verder zou het verstandig zijn een vervroegde indiening en in behandeling neming van vergunningaanvragen onder MiCA alsnog mogelijk te maken. Naar mijn inzicht is het hierbij onder meer van belang dat Nederlandse cryptodienstverleners een goede concurrentiepositie behouden ten opzichte van buitenlandse cryptodienstverleners die in hun eigen lidstaat bijvoorbeeld al eerder een vergunningaanvraag kunnen doorlopen. Want wie als eerste de Europese cryptomarkten kan betreden met een MiCA-vergunning, zal immers een concurrentievoordeel hebben. Niet alleen van cryptodienstverleners, maar ook van de wetgever en de AFM wordt nog het nodige werk verwacht om goed voorbereid aan de start te verschijnen van het aankomende MiCA-tijdperk.