Wetsvoorstel UBO-register ingediend

Wetsvoorstel UBO-register ingediend

Op 4 april 2019 heeft de Minister van Financiën een wetsvoorstel (link) ingediend voor het UBO-register. Kort gezegd worden in Nederland opgerichte vennootschappen verplicht om bij te houden wie de uiteindelijk belanghebbende (ook wel de ‘ultimate beneficial owner’, ‘UBO’) van de vennootschap is/zijn. De verzamelde gegevens worden opgenomen in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Het UBO-register wordt grotendeels openbaar. Een ieder, waaronder meldingsplichtige entiteiten in het kader van cliëntenonderzoek, krijgt toegang tot ten minste de volgende gegevens: naam, geboortemaand en –jaar, woonstaat, nationaliteit en de aard en omvang van het door UBO aangehouden economische belang. Dit economisch belang zal worden weergegeven als een percentage binnen een bepaalde bandbreedte (25% tot 50%, van 50% tot 75% en van 75% tot en met 100%). De bevoegde autoriteiten (zoals AFM en DNB) en de Financiële inlichtingen eenheid krijgen toegang tot aanvullende UBO-gegevens.

Het wetsvoorstel vormt de implementatie van artikel 30 uit de Vierde Anti-Witwasrichtlijn, die mede op dit onderdeel weer is gewijzigd door de Vijfde Anti-Witwasrichtlijn. Deze richtlijnen strekken tot het voorkomen van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en het financieren van terrorisme. Het wetsvoorstel is één van de maatregelen die worden genomen om transparantie van vennootschappen en daarmee de integriteit van het financiële stelsel te vergroten.

De maatregelen met betrekking tot het UBO-register moeten uiterlijk 10 januari 2020 zijn geïmplementeerd.