Wetsvoorstel UBO-register voor trust en FGRs – impact voor fondsen

Wetsvoorstel UBO-register voor trust en FGRs – impact voor fondsen

Op 23 april 2021 heeft de Minister van Financiën een wetsvoorstel (link) ingediend voor het UBO-register voor trust en soortgelijke juridische constructies (het ‘Wetsvoorstel’). Het Wetsvoorstel regelt de implementatie van de verplichting tot het bijhouden en centraal registreren van informatie over de uiteindelijk belanghebbende (ultimate beneficial owner, ‘UBO’) van trusts en soortgelijke juridische constructies (het ‘Trustregister’). Deze verplichting komt voor uit de vierde (en vijfde) anti-witwasrichtlijn (‘AMLD4’ en ‘AMLD5’). Een fonds voor gemene rekening (‘FGR’) wordt in Nederland gezien als ‘soortgelijke juridische constructie’. Dit wetsvoorstel heeft zodoende grote impact op de Nederlandse fondsenpraktijk. In dit nieuwsbericht stippen we de belangrijkste gevolgen aan voor beleggingsfondsen die als FGR zijn gestructureerd.

 

  1. Relevantie voor fondsenpraktijk

 

In Nederland worden veel beleggingsfondsen gestructureerd als een FGR, omdat een FGR vaak een gunstige fiscale behandeling biedt en flexibel is in de fondsstructurering. Een FGR heeft namelijk geen rechtspersoonlijkheid, maar is een overeenkomst tussen beheerder, stichting juridisch eigenaar en ieder van de deelnemers in de FGR. In Nederland zijn dan ook veel alternatieve beleggingsinstellingen (abi’s) en instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) als FGR gestructureerd. Niet zelden hebben deze abi’s en icbe’s een groot aantal participanten.

 

Ten behoeve van het Trustregister, heeft wetgever besloten om (zowel open als besloten) FGR’s aan te merken als ‘soortgelijke juridische constructies’. Dit betekent dat de FGR voor de identificatie en meldplicht van haar UBO’s, dezelfde behandeling krijgt als een trust, een figuur die in de Angelsaksische wereld gebruikelijk is, maar in Nederland niet of zelden voorkomt.

 

  1. Wie kwalificeert als UBO van een FGR?

 

In ieder geval moeten, onder meer, de volgende categorieën van natuurlijke personen worden aangemerkt als een UBO van een FGR:

 

  • de oprichter(s) van een FGR;
  • de begunstigden van een FGR, of voor zover de afzonderlijke personen die de begunstigden zijn van een FGR niet kunnen worden bepaald, de groep van personen in wier belang een FGR hoofdzakelijk is opgericht of werkzaam is (lees: de participanten); en
  • elke andere natuurlijke persoon die door directe of indirecte eigendom of via andere middelen uiteindelijke zeggenschap over een FGR uitoefent.

 

De hierboven genoemde natuurlijke personen zullen moeten worden geregistreerd in het Trustregister.

 

Niet geheel onbelangrijk, merkt de wetgever in de Memorie van Toelichting nog op dat, ‘met het oog op de uitvoerbaarheid van de registratieplicht de wetgever zal bezien of de categorieën van personen die moeten worden aangemerkt als UBO nog moeten worden beperkt voor gevallen waarin, naast afdoende wettelijke toezicht, sprake is van buitengewoon grote aantallen UBO’s’.

 

  1. Impact Trustregister op de fondsenpraktijk

 

Gezien de hierboven beschreven definitie zullen in principe alle participanten in een abi of icbe die als FGR is gestructureerd, kwalificeren als UBO. Er is, anders dan met betrekking tot het UBO register voor vennootschappen en andere juridische entiteiten (zoals de BV, NV, Coöperatie of CV), geen drempel bepaald voor de omvang van het economische belang van de deelnemers in de FGR (zoals dat bij de eerdergenoemde entiteiten wel het geval is, namelijk 25%). Dit zou betekenen dat FGR-fondsbeheerders al hun participanten zullen moeten registeren in het Trustregister, ook als het een FGR betreft met veel relatief kleine participanten. Bovendien moeten ook alle wijzigingen in de UBO informatie worden gemeld aan de Kamer van Koophandel, iets dat bij open-end FGR fondsen, met frequente toe- en uittreding (bijvoorbeeld dagelijks) een grote uitdaging zal worden vanuit administratief oogpunt.

 

Het is de vraag of de soep zo heet gegeten gaat worden. Zoals hierboven aangegeven laat de wetgever nog wel de mogelijkheid open om de categorieën van personen die moeten worden aangemerkt als UBO te beperken wanneer er, naast afdoende wettelijke toezicht, sprake is van grote aantallen UBO’s (zoals het geval zal kunnen zijn bij veel abi’s en icbe’s). Uit de toelichting bij het Wetsvoorstel blijkt niet of de wetgever hiervan gebruik gaat maken, wat dat dan concreet zal betekenen (bijvoorbeeld in de vorm van een drempel qua belang) en wat de wetgever bedoelt met ‘afdoende wettelijk toezicht’. Ziet dit laatste bijvoorbeeld alleen op onder toezicht staande fondsen? Kunnen de zogenoemde light beheerders ook gebruik gaan maken van deze escape? Kortom: er is nog veel onzekerheid voor abi’s en icbe’s die als FGR gestructureerd zijn, terwijl de markt – mede gezien de verschillende consultatiereacties – juist behoefte had aan duidelijkheid. Hopelijk komt de wetgever ruim voor de inwerkingtreding van het Wetsvoorstel met een nadere duiding op deze punten, zeker gezien de beoogde timing en het overgangsregime (zie hieronder). Wellicht worden deze punten meegenomen in de nog vast te stellen algemene maatregel van bestuur dan wel in een nieuwe versie van het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018.

 

  1. Wie moet melden?

 

Op grond van het Wetsvoorstel rust de registratieplicht van de UBO’s op de trustee van een trust. Dit betekent dat de trustee gehouden is na inwerkingtreding van het Wetsvoorstel de relevante gegevens aan te leveren bij de Kamer van Koophandel. Het is op dit moment niet geheel duidelijk waar de registratieplicht bij een FGR rust in de relatie tussen een fondsbeheerder en investeerder, maar wij kunnen ons voorstellen dat de registratieplicht bij de fondsbeheerder komt te liggen.

 

  1. Vanaf wanneer moet worden gemeld?

 

De wetgever kiest voor een relatief korte overgangstermijn van 3 maanden. Fondsbeheerders hebben dus drie maanden de tijd vanaf de inwerkingtreding van het Wetsvoorstel om de relevante informatie te verzamelen en op te geven bij de Kamer van Koophandel.

 

De implementatie van het Trustregister had uiterlijk op 10 maart 2020 moeten zijn afgerond. Tegen deze achtergrond verwachten wij dat het Wetsvoorstel voortvarend zal worden behandeld door het parlement. Fondsbeheerders die een FGR beheren moeten de ontwikkelingen nauwgezet volgen. In potentie moeten ze binnen relatief korte termijn hun administratie en IT-omgeving drastisch wijzigen met het oog op de naleving van de meldplicht.