Niet-bancaire instellingen opgelet: strenger DNB-toezicht op kapitaal- en liquiditeitsvereisten
De afgelopen jaren merkte de markt al dat DNB steeds strenger toezicht houdt op de naleving en rapportage van kapitaal- en liquiditeitseisen door beleggingsondernemingen, beheerders, betaalinstellingen en aanverwante instellingen. Daarbij gaf DNB ook op bepaalde punten uitleg over de manier waarop zij de kapitaaleisen hanteert. Zie bijvoorbeeld ook onze blogs over dit onderwerp: hier, hier en hier.
Vorige week heeft DNB die strengere houding ten aanzien van tekorten bekrachtigd in nieuw beleid, dat ook geldt voor een brede kring instellingen. Sinds 10 maart 2026 geldt het Handhavingsbeleid DNB inzake kapitaal- en liquiditeitsvereisten (het “Handhavingsbeleid”). Doel van het Handhavingsbeleid is vooral om strenger op te treden. Instellingen die niet voldoen aan kapitaal- of liquiditeitsvereisten kunnen voortaan direct rekenen op een formeel handhavingsbesluit van DNB.
Wat verandert er?
Uit de toelichting op het Handhavingsbeleid blijkt dat DNB constateerde dat het aantal kapitaal- en liquiditeitstekorten de afgelopen jaren sterk is toegenomen en dat overtredingen gemiddeld langer duren. Kern van het Handhavingsbeleid is dan ook simpel: waar DNB in het verleden ruimte liet voor een informeel hersteltraject, start zij nu bij een geconstateerde overtreding van kapitaal- of liquiditeitsvereisten in beginsel direct een formeel handhavingstraject. Concreet betekent dit het volgende:
- Last onder dwangsom: DNB stuurt na vaststelling van een kapitaal- of liquiditeitstekort een voornemen tot oplegging van een last onder dwangsom. Daartegen kan binnen twee weken een zienswijze worden ingediend. Oplegging van de last onder dwangsom kan worden voorkomen indien binnen de zienswijzetermijn van twee weken het tekort alsnog wordt aangezuiverd. DNB dient daarvan onmiddellijk op de hoogte te worden gesteld, waarbij ook bewijzen moeten worden overgelegd. Als DNB besluit uitvoering te geven aan het voornemen en de last onder dwangsom dus daadwerkelijk op te leggen, kan de dwangsom oplopen tot maximaal € 75.000.
- Bestuurlijke boete: Naast een last onder dwangsom die gericht is op herstel, kan DNB ook een bestuurlijke boete opleggen. DNB gaat daar in beginsel toe over, als de maximale dwangsom wordt verbeurd en de instelling nog steeds in overtreding is. Ook legt DNB in beginsel een boete op als de instelling binnen een periode van 25 maanden opnieuw in overtreding is van de kapitaal- of liquiditeitsvereisten (voor bepaalde instellingen was dit overigens al bestaand beleid). De hoogte van de bestuurlijke boete wordt in het Handhavingsbeleid bepaald aan de hand van een gedetailleerd stappenplan.
Uitgangspunt: niet-geanonimiseerde openbaarmaking
DNB maakt boetebesluiten en lasten onder dwangsom openbaar zodra deze onherroepelijk zijn geworden. Daarnaast moet DNB boetebesluiten en lasten onder dwangsom onder omstandigheden zo spoedig mogelijk openbaar maken. In dergelijke publicaties wordt in beginsel steeds de volledige naam van de instelling die de overtreding volgens DNB heeft begaan vermeld, omdat DNB besluiten als uitgangspunt niet anonimiseert.
Tegen zowel de oplegging van een last onder dwangsom als de oplegging van een boete en publicatie daarvan, kan bezwaar worden gemaakt en beroep worden ingesteld. Daarnaast kan DNB door middel van een voorlopige voorzieningenprocedure worden verzocht de publicatie uit te stellen of het besluit slechts geanonimiseerd te publiceren.
Voor welke instellingen geldt het Handhavingsbeleid?
Belangrijk om te benadrukken is het brede toepassingsbereik van het Handhavingsbeleid. Het ziet immers niet alleen op beleggingsondernemingen, maar ook op beleggingsholdings, moederbeleggingsondernemingen, betaalinstellingen, elektronischgeldinstellingen, UCITS- en AIFMD-beheerders, crowdfundingdienstverleners en aanbieders van cryptoactivadiensten (CASP’s).
Met de introductie van het Handhavingsbeleid bevestigt DNB dan ook het beeld dat toereikende kapitaal- en liquiditeitsposities steeds belangrijker worden, ook voor instellingen waarvoor streng prudentieel toezicht lange tijd minder vanzelfsprekend was.
DNB tips
DNB geeft aan dat onnodige escalatie kan worden voorkomen als een instelling DNB vroegtijdig informeert over (dreigende) overtredingen. Wij zouden zelf adviseren per specifiek geval te bekijken of het verstandig is om DNB hierover proactief te benaderen en op welke wijze. In ieder geval adviseert DNB om nu alvast te controleren of de interne monitoring tijdig signalen geeft, en of de kapitaalplanning en liquiditeitsmaatregelen direct uitvoerbaar zijn.
Conclusie
Het is daarom nu extra belangrijk goed op de hoogte te zijn van de regels en eisen omtrent de kapitaal- en (indien van toepassing) liquiditeitseisen, en de uitleg/interpretaties die DNB daaraan geeft. In dat kader blijven ook tijdige en correcte periodieke FINREP en COREP rapportages van groot belang.